Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid

GGz Breburg

Het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid (CLGG) diagnosticeert en behandelt patiënten vanaf 18 jaar die kampen met een combinatie van lichamelijke en psychische klachten, zoals:

  • Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK); 
  • Somatische verklaarde lichamelijke klachten die diep ingrijpen in het leven van de patiënt;
  • Psychische klanten op grond van SOLK of somatisch verklaarde lichamelijke klachten

Hoofd- en sublocatie

Lage Witsiebaan 4
5042 DA Tilburg

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

Het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid is gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van patiënten vanaf 18 jaar die een combinatie van lichamelijke en psychische klachten hebben. Het kan daarbij gaan om Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) en om trauma gerelateerde problematiek met lichamelijke klachten. Het kan ook gaan om lichamelijke klachten die verklaard kunnen worden door een chronische somatische ziekte in combinatie met psychische problemen. Het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid heeft deskundigheid van zowel somatische ziekten en klachten als psychische stoornissen. Door deze deskundigheid biedt het centrum een gecombineerde behandeling van somatische ziekten en psychische stoornissen.

Bij het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid kunnen de volgende patiënten terecht:

  • patiënten met meervoudige problematiek die moeite hebben om de juiste diagnose of behandeling te krijgen of al lang in zorg zijn zonder dat hun problemen zijn opgelost;
  • patiënten die een second opinion wensen.
Contra-indicaties

Het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid hanteert de volgende exclusie criteria voor behandeling:

  • de hoofd hulpvraag betreft niet een lichamelijke klacht;
  • de patiënt is niet in staat om voor behandeling naar Tilburg te komen;
  • de patiënt is verwikkeld in een beroeps- of letselschadeprocedure;
  • een psychose of psychotische kenmerken;
  • een andere psychische stoornis waarvoor behandeling binnen een ander team beter passend is (zoals team persoonlijkheidsstoornissen of team autisme);
  • alcohol- en/of drugsmisbruik;
  • crisisbehandeling bijvoorbeeld in het kader van actieve (dreigende) suïcidaliteit staat op de voorgrond;
  • onwil om vragenlijsten in te vullen;
  • een lager dan normaal begaafd intelligentieniveau.

Deze exclusie criteria gelden niet voor consultaties en second opinions.

 

DSM V classificatie

Somatisch-symptoomstoornis en gerelateerde stoornissen

    Waar bestaat de diagnostiek uit?

    De intake bestaat uit een aantal onderdelen: een gesprek met een arts of psycholoog, een lichamelijk onderzoek door een arts, een psychiatrisch onderzoek door een psychiater, een psychodiagnostisch interview en neuropsychologisch onderzoek door een psycholoog. Deze afspraken vinden over het algemeen verdeeld over twee dagdelen plaats. Om de aard en ernst van de klachten goed in beeld te brengen, vullen patiënten op een beveiligde website vragenlijsten in. Daarna vindt een adviesgesprek plaats, waarin een behandeling wordt voorgesteld dat is opgesteld door het behandelteam. De verwijzer ontvangt een brief met informatie over het onderzoek, de resultaten en het vervolg.

      Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

      Tijdens het diagnostisch traject worden de somatische symptomen in kaart gebracht, in nauw overleg met de verwijzer, en vindt psychodiagnostisch onderzoek plaats. Dit leidt tot een geïntegreerde visie op diagnose en behandeling in overleg met de patiënt. Onderscheidend van de specialistische GGz is dat niet alleen de psychische klachten, maar ook de lichamelijke klachten uitgebreid in kaart worden gebracht.

      Veel patiënten hebben in het verleden problemen ondervonden in de communicatie met hun behandelaar en/of zijn gestuit op onbegrip. Een belangrijk onderdeel van het diagnostiek traject bestaat daarom ook uit het geven van uitleg.

      Hoe intensief is deze voor de patient?

      Om de patiënt zo weinig mogelijk te belasten vinden meerdere afspraken op één dag plaats. Vervolgens vindt zo mogelijk binnen 2 weken het adviesgesprek plaats.

      Behandeling
      Ambulant
      Beschrijving

      Het Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid biedt ambulante diagnostiek en behandeling. Het behandelteam bestaat uit psychiaters, artsen, klinisch psychologen, GZ-psychologen, neuropsychologen en een klinisch geriater. Patiënten krijgen een geïntegreerde behandeling voor lichamelijke en psychische klachten, zoals Cognitieve Gedragstherapie, Acceptance and Commitment Therapy, Cognitive Rehabilitation Treatment, traumabehandeling en farmacotherapie. Ook wordt samengewerkt met psychosomatisch fysiotherapeuten in de woonregio van de patiënt.

      Naam en beschrijving
      CGT vanuit het gevolgenmodel
      Doelgroep

      Senioren (60+) met SOLK-problematiek.

      Methodiek

      Groepsinterventie gebaseerd op cognitieve gedragstherapie in combinatie met lichaamsgerichte therapie.

      Beoogde effecten

      Verbetering van pijn- en angstklachten en vergroting van het behandeleffect.

      Hoe intensief is deze voor de patiënt?

      .

      Effectiviteitsonderzoek

      Effectiviteitsonderzoek met een pre-, mid-, post- follow-up design en vergelijking met een wachtlijstconditie. De behandelresultaten worden gemeten met behulp van SQ48, BPI en RAND-36 gericht op psychologische gesteldheid (subschalen angst, depressie, somatisatie, interpersoonljk functioneren), pijn en gezondheidskwaliteit/kwaliteit van leven. 

      Naam en beschrijving
      eHealth Shared Decision Making programma
      Doelgroep

      Volwassen patiënten met SOLK.

      Veel patiënten presenteren zich gewoonlijk in de huisartspraktijk met klachten die niet goed verklaard kunnen worden en mogelijk samenhangen met psychiatrische en lichamelijke comorbiditeit. Ze hebben vaak al veel hulpverleners bezocht, bijvoorbeeld in de somatische tweede lijn, waarbij er vaak geen oorzaak voor de klachten is gevonden. Hierdoor is ook het vertrouwen in de hulpverlening bij deze patiëntengroep aangetast en is het voor deze groep van belang om regie in het eigen zorgproces te hebben. Ook zijn er vanwege de complexiteit van de problematiek van deze groep vaak veel zaken waar keuzes in gemaakt dienen te worden. Uit de literatuur blijkt dat het juist in deze situaties, waarin er meerdere keuzemogelijkheden voor de patiënt zijn, essentieel is om de patiënt actief bij het beslissingsproces te betrekken.

      Methodiek

      Het programma bestaat uit een zelfhulpmodule (gebaseerd op CGT) voor de patiënt en adviezen voor de behandelaar gedurende het intake, advies- en eindgesprek met de patiënt. Eveneens zijn de effectmetingen in het programma geïntegreerd. 

      De patiënt kan tijdens dit hele traject online verschillende zelfhulpmodules doorlopen, waaronder: 

      • Een module met informatie over psychische en lichamelijke klachten
      • Een module om doelen te stellen met betrekking tot functioneren op bepaalde domeinen (werk, huishouden, sociale relaties, slaap, recreatie)
      • Een module met informatie en opdrachten met betrekking tot het omgaan met niet helpende gedachten en het vormen van helpende gedachten
      • Een module met informatie over ontspanning en leefstijl, bestaand uit kleine interventies om de leefstijl te verbeteren
      • Een module om met stress om te leren gaan
      • Een module om terugval te voorkomen 

      De zelfhulpmodule omvat een start-, tussen- en eindmeting. Tijdens deze metingen worden de volgende vragenlijsten afgenomen: Sickness Impact Profile (vragenlijst waarmee gemeten wordt in welke mate klachten invloed hebben op verschillende domeinen in het dagelijks leven), PHQ15 (maat voor lichamelijke klachten), BPI (maat voor pijn), PHQ9 (maat voor depressie), GAD7 (maat voor angst).

       

      Beoogde effecten

      Zowel de professional als de patiënt ondersteunen in de toepassing van Shared Decision Making in de praktijk en uiteindelijk de autonomie van de patiënt bevorderen.

      Effectiviteitsonderzoek

      De effecten van deze werkwijzen worden in een RCT met twee condities (reguliere werkwijze versus eHealth SDM-werkwijze) getoetst. Patiënten worden willekeurig in een van beide condities ingeloot. 

      Uitstroomcriteria

      De behandeling wordt beëindigd als er geen sprake meer is van een hoogspecialistische hulpvraag en/of als de klachten verminderd of voldoende hersteld zijn.

      Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

      Na afloop van de behandeling kan het zijn dat een patiënt medicatie blijft gebruiken of nog therapie moet volgen. Hierover krijgen de patiënt en zijn/haar verwijzer advies, zodat ze verwijzer de nazorg op zich kan nemen met dit advies.

      Is er een terugval aanbod?

      .

      Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

      Patiënten vullen tijdens de behandeling een aantal malen vragenlijsten in, om te meten hoe de klachten zich gedurende de behandeling ontwikkelen. 

      Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

      Een verwijzer kan op de website via dit formulier een cliënt bij aanmelden voor een second opinion. De procedure is gelijk aan het diagnostiek traject, met als uitzondering dat tijdens het adviesgesprek een advies aan de patiënt en diens verwijzer wordt gegeven voor het uitvoeren van de behandeling elders.

      Naam
      dr.
      J.F.
      (Jonna)
      van Eck van der Sluijs
      Specialisatie

      SOLK, somatisch symptoomstoornissen en de combinatie daarvan.

      Contactgegevens
      Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

      Voor verwijzers zijn er verschillende consultatie & adviesmogelijkheden: eenmalig consult en diagnostisch traject en advies. Het centrum richt zich daarbij op de volgende verwijzers:

      • eerstelijns en tweedelijns zorgverleners die moeite hebben om de juiste diagnose te stellen of moeite hebben met het bepalen of (succesvol) uitvoeren van de behandeling van hun patiënten;
      • verwijzers die overwegen hun patiënt voor derdelijns zorg door te sturen vanwege de complexiteit van hun klachten;
      • behandelaren van EPA-patiënten met een somatisch symptoomstoornis die consultatie bij het CLGG willen.
      Beschrijving doelstelling zorgaanbod

      .

      Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

      Met welk instrument worden de effecten gemeten

      Het CLGG past systematisch periodieke effectmetingen toe. Voor aanvang van het intakegesprek worden digitaal de volgende vragenlijsten afgenomen: de SQ-48 (algemene klachtenlijst), PHQ-9 (depressieve klachten), PHQ-15 (lichamelijke klachten), BPI (pijn), GAD-7 (angst klachten), SSD-12 (somatisch symptoomstoornis).

      Met welke frequentie

      Iedere drie maanden vindt een tussentijdse evaluatie plaats met behulp van de SQ48 en SSD12 en daarnaast een lichamelijke- en een psychische klachtenlijst, afhankelijk van de problematiek van de patiënt. Voorafgaand aan het eindgesprek wordt de patiënt nogmaals verzocht dezelfde vragenlijsten in te vullen als bij intake.

      Resultaten in percentages of aantallen
        verslechterd  onveranderd verbeterd hersteld
      SQ-48 9% 57% 34% 15%
      PHQ-9  9% 66% 25% 16%
      GAD-7 4% 55% 40% 28%
      PHQ-15 5% 75% 19% 11%

      BPI (item over gemiddelde pijn)

          20%  

            
       

      Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

      .

      Met welk instrument gemeten

      .

      Met welke frequentie

      .

      Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

      De waardering van de zorgverlening door het CLGG wordt aan het einde van de behandeling gemeten met de CQ-index. Uit een analyse blijkt dat een groot deel (>90%) zich tijdens de behandeling juist bejegend voelt, 86% tevreden is over de bereikbaarheid en 85% geeft een cijfer van 7 of hoger voor de behandeling.

      Rapportcijfer conform CQ index

      Patiënten waarderen de zorg met tenminste een 7.

      Naam
      prof. dr.
      W.
      (Wijo)
      Kop
      Specialisatie

      SOLK en gecombineerde lichamelijke en psychische klachten.

      Contactgegevens

      .

      Naam
      dr.
      I.
      (Iman)
      Elfeddali
      Specialisatie

      e-health en SDM.

      Contactgegevens
      Naam
      dr.
      J.F.
      (Jonna)
      van Eck van der Sluijs
      Specialisatie

      SOLK, somatisch symptoomstoornissen en de combinatie daarvan.

      Contactgegevens

      .

      Beschrijving onderzoek

      De afdeling kent sinds 2010 een onderzoekstraditie. In 2018 zijn drie promotieonderzoeken afgerond en er is een start gemaakt met het opzetten van nieuwe onderzoekslijnen. De drie nieuwe onderzoekslijnen zijn: 

      1. Blended eHealth interventies voor patiënten met SSRD/SOLK;
      2. Consultatiemodel voor behandelaren van EPA patiënten met SSRD/SOLK;
      3. Innovatieve (groeps)behandelingen voor volwassenen/ouderen met SSRD/SOLK.
      Auteur(s)
      J.F. van Eck van der Sluijs, H. Castelijns, V. Eijsbroek, C.A.Th. Rijnders, H.W.J. van Marwijk, C.M. van der Feltz-Cornelis
      Tijdschrift
      General Hospital Psychiatry, 50, 1-14
      Datum
      2018 Jan - Feb;50:1-14
      Auteur(s)
      J.F. van Eck van der Sluijs, M. ten Have, R. de Graaf, C.A. Rijnders, H.W. van Marwijk, C.M. van der Feltz-Cornelis
      Tijdschrift
      Frontiers in Psychiatry, section Psychosomatic Medicine
      Datum
      2018; 9: 613
      Auteur(s)
      L. de Vroege, D. Khasho, C. van der Feltz-Cornelis
      Tijdschrift
      Frontiers in Psychiatry
      Datum
      2018 May 14;9:151
      Beschrijving

      De afdeling geeft regelmatig voordrachten op nationale (VGCt, NvVP) en internationale congressen en symposia. 

      Daarnaast deelt de afdeling haar praktische kennis onder andere in het SOLKnet. Het doel is casuïstiek in te brengen door en voor leden van SOLKnet voor adviezen over diagnostiek, behandeling en verwijzing. Met deze casuïstiek besprekingen wordt beoogd het samenbrengen van behandelaars geïnteresseerd in SOLK en experts op dit vlak, zoals bijvoorbeeld ook gebeurt bij oncologie besprekingen. 

      Ervaring van patiënten/naasten

      "Het CLGG was voor mij de laatste strohalm."

      Meike werkte bij een supermarkt om haar studie Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam te kunnen betalen. Op een dag moest ze op de broodafdeling iets van een hoge plank pakken. Ze viel achterover op haar achterhoofd. Daar is alle ellende begonnen. Na de val kreeg ze heel veel klachten: hoofdpijn, misselijkheid, overgevoelig voor prikkels van licht en geluid, geen concentratievermogen. Meike ging ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Op een hersenscan was niets te vinden. Nadat Meike bij de neuroloog was geweest en eerder bij de scan werd ze naar huis gestuurd met de woorden dat ze verder maar weer bij de huisarts moest zijn. De specialisten konden niets voor haar betekenen omdat er uit de testjes en scan die zij hadden gedaan niets was gebleken. 

      Haar leven kwam stil te staan. Voor de val was Meike heel actief, altijd op pad, nooit thuis. Ze fietste overal heen, had veel vrienden. Daarna was ze aan huis gekluisterd. Ze kwam de deur niet meer uit. Zelfs naar de supermarkt gaan was haar teveel. Dat gold ook voor even de bus nemen om naar een afspraak te gaan. Ze kon het niet aan. Ook binnenshuis ontstonden er problemen. Zo waren de simpelste dingen zoals stofzuigen of afwassen onmogelijk geworden. Alles was heel uitputtend. Er was een enorm verschil in energie in voor en na de val. Het feit dat er geen oorzaak werd gevonden was zeer frustrerend. 

      Na drie maanden werd Meike door haar huisarts doorverwezen naar een revalidatiekliniek, de inmiddels failliete kliniek Ciran in Breda. Na een intake gesprek kwam ze in een behandeltraject terecht. De behandeling van tweemaal 8 weken was gericht op het fysiek actiever worden en er waren kleine colleges met theoretische uitleg die in de praktijk moesten worden toegepast. De behandeling kwam te vroeg voor Meike. Eigenlijk moest iemand zes maanden klachten hebben voordat het traject kon worden ingegaan. 

      Meike: “Ik kon me nergens op concentreren, niets bleef hangen. Het was de bedoeling dat ik na het traject weer volledig zou zijn teruggekeerd in de maatschappij. Na 16 weken was het echter zo dat ik nog maar nauwelijks met de bus naar de kliniek durfde. Ik werd gestimuleerd om vrijwilligerswerk te doen. Ik ging een uurtje koffie schenken in een bejaardentehuis. Daar was ik dan twee dagen zó ziek van dat ik op bed moest blijven liggen. Achteraf gezien voelde ik me gedwongen om dat werk te doen. Ik durfde niet te zeggen dat het teveel voor mij was. Ik ben normaal gesproken echt niet op mijn mondje ben gevallen, maar ik was zo uitgeput dat ik alles wat er in die tijd gebeurde maar over me heen liet komen. Door dat koffierondje ging ik absurd over mijn grens, terwijl ik later bij het CLGG juist heb geleerd om rekening te houden met die grens. Hoewel het traject veel te vroeg was, had ik er wel weer een doel mee in mijn leven. Ik was hoe dan ook ergens mee bezig. 

      Na afloop van het traject kwam ik weer bij de huisarts. Wat nu? Na een paar keer  overleg kon ik terecht bij een andere huisarts binnen dezelfde praktijk, die meer ervaring had met dit soort klachten. Zij gaf mij het advies om het CLGG eens te proberen. Dat klonk mij goed in de oren. Na Ciran had ik bij een zelfstandig gevestigd psycholoog een EMDR therapie gevolgd. Hoewel die therapie op dat moment wel emotioneel was, heb ik niet het gevoel dat die veel heeft opengebroken. Ik heb pas bij het CLGG geleerd dat ik  het lastig vind om emoties toe te laten en toe te staan. Ik was bezig mijn gevoel weg te drukken, de spreekwoordelijke bal onder water te houden. Dat verklaart ook waarom de EMDR voor mij niet heeft gewerkt. 

      Ik zag het CLGG als een laatste redmiddel. Ik was al een jaar aan het modderen. Dat was een heel lang jaar geweest en ik wilde uit de modder. De website van het CLGG was toen niet duidelijk zodat ik geen idee had waar ik aan begon. Ik kreeg een uitgebreide intake van drie dagen drie uur per dag. Heel veel vragen in gesprek met heel veel verschillende behandelaars en ook vragenlijsten die ik thuis moest invullen. Het was superzwaar. Wel voelde ik me heel serieus genomen en dat alleen al was fijn. Het was zo anders dan wat er bij het UWV werd gezegd: “We zien niks, dus je hebt geen klachten”.

      Mijn eerste behandelaar bij het CLGG was Lars. Daarna kwam ik bij Anique. Met haar heb ik volgende week mijn eindgesprek. Ik ben hier bijna twee jaar in behandeling geweest. Een hele tijd en ook zwaar. In het eerste jaar was het al een hele stap voor mij om vanuit Breda, waar ik woonde, hier naartoe te gaan. Het was al een overwinning voor mij om die reis elke week te maken. Soms kwam ik hier vanwege mijn medicatietraject tweemaal per week. Aan het begin van mijn behandeling was mijn uithoudingsvermogen echt drie keer niks. Op het einde was ik zover dat ik met de trein op en neer naar Amsterdam kon gaan. Weer wat later kon ik een keertje naar college, een half uur, om te ervaren hoe dat was. Het begon met kleine stappen; ik ging 5 minuten per dag wandelen. Daarna was ik zo ziek dat ik echt niet meer kon en op bed moest gaan liggen. Ik moest proberen om de grens van wat ik aan kon, te gaan oprekken. Dat ging zó langzaam. Ik was met mezelf in gevecht omdat ik mijn klachten niet accepteerde. Ik bleef over mijn grenzen gaan met als gevolg dat ik mezelf steeds ziek maakte. 

      In het eerste jaar was ik nog steeds in verzet en moest ik werken aan acceptatie van mijn klachten. Het ging toen slechter met mij dan in het tweede jaar. Dat had ook te maken met externe factoren. Als ik stress heb, worden mijn klachten erger. In het eerste jaar speelden er zaken rondom het UWV. Ik was arbeidsongeschikt en dreigde in de bijstand te komen, wat ook gebeurd is. Dat veroorzaakte veel stress. Het UWV neemt het soort klachten waar ik last van heb niet serieus, terwijl ik door die klachten nu nog steeds niet kan werken. Het verplicht vier keer per maand naar vacatures zoeken kon ik al niet aan. Gelukkig kreeg ik bij het solliciteren hulp van mijn moeder. Ik sliep heel slecht, maar drie uur per nacht. Op een gegeven moment kon ik niet meer, ik zat er helemaal doorheen. Lars is naar de psychiater gegaan en ik kreeg een slaapmiddel en antidepressiva. 

      Het was een moeilijk jaar, maar toch was het goed dat ik hier in een behandeltraject zat. Als ik stapjes vooruit maakte, dan maakte ik er ook weer achteruit, zowel letterlijk als figuurlijk. Als ik bijvoorbeeld een kwartier kon wandelen, dan ging het daarna weer maar 5 minuten. Het ging erg op en af. Het was een uitdaging om een weg te vinden zodat ik niet met heftige pieken en dalen maar iets rustiger kon staan in wat ik dagelijks aankon. 

      In het tweede jaar kwam ik bij Anique. Ik had het gevoel dat ik in een wat rustiger vaarwater terecht was gekomen. Ik begon aan de ACT therapie (Acceptance and Commitment Therapy). Daar heb ik heel veel aan gehad. In het afgelopen jaar heb ik echt hele grote stappen gezet. Het gaat om het accepteren van je klachten. Die accepteer ik nu nog niet volledig, maar ik leerde in de therapie om mijn emoties toe te laten en toe te staan. Ik was alles aan het wegstoppen. Mijn emmer was te vol. In het eerste jaar stroomde die over. Wat er nu gebeurt, is dat de emmer regelmatig wordt leeggemaakt waardoor er weer wat ruimte in komt. Het voelt niet altijd fijn. Ik kan om de stomste dingen in huilen uitbarsten. Doordat ik dichter bij mijn gevoel zit, is dat toch beter dan het was ook al denk ik weleens: “nu even niet”. Ik kan het nu hanteren, dat is het grote verschil. In het eerste jaar werd ik door mijn gedachten overweldigd, meegezogen in het piekeren. 

      Nu kan ik, door wat ik geleerd heb in defusie oefeningen, mijn verstand meer op afstand houden. Door deze oefeningen kreeg ik meer vrijheid in mijn hoofd; ik kon  ook echt meer gaan bewegen. Dit jaar ben ik begonnen met sporten. Dat was het eerste jaar ondenkbaar. Als je vast zit in je hoofd, dan heb je nergens zin in. Wanneer je daar meer ruimte krijgt, maakt dat ook dat je letterlijk meer ruimte krijgt voor andere dingen. 

      Ik ben begonnen met het weer oppakken van mijn vriendschappen. Eerder was ik zo druk met mezelf dat ik niet eens een app meer stuurde naar vrienden, terwijl vriendschap voor mij een belangrijke waarde is. Naast defusie en acceptatie is ‘waarden’ een van de componenten van de ACT therapie. Ik ben nog niet helemaal de oude, dat is ook niet de bedoeling van de therapie, maar ik kan weer dingen ondernemen. Dingen die mijn leven waarde geven. Ook nu spelen er nog externe factoren, maar ik word daar niet meer zo door meegezogen dat het me helemaal beheerst en ik in een diep dal raak. Ik kan het nu beter hanteren. 

      Ik ben nog niet waar ik wil zijn, maar ACT zorgt ervoor dat ik op de goede weg ben. Als ik mijn eindgesprek gehad heb, moet ik daarna wat ik in ACT geleerd heb, blijven toepassen. Ik moet me daarvan bewust blijven. Het is nog niet vanzelfsprekend om alles wat ik heb geleerd ook te doen. 
      Samen met Anique heb ik een terugvalpreventieplan opgesteld. Dat biedt handvatten in de perioden dat ik het even niet zo goed weet. Nadat ik hier mijn therapie heb afgerond, kan ik terecht bij de POH (praktijkondersteuner GGZ) van mijn huisarts. Die kan mij helpen om wat ik heb geleerd te blijven toepassen. 
       

      Back to top