Parnassia Groep Lijnbaan

PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie

Parnassia Groep

PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie richt zich op depressieve patiënten met complexe problematiek, die onvoldoende baat hadden, of naar verwachting zullen hebben, bij een behandeling conform de professionele standaard in de specialistische GGZ, en naar verwachting wel zullen profiteren van hoogspecialistische behandeling.

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie richt zich op depressieve patiënten met complexe problematiek, die onvoldoende baat hadden, of naar verwachting zullen hebben, bij een behandeling conform de professionele standaard in de specialistische GGZ, en naar verwachting wel zullen profiteren van hoogspecialistische behandeling.

Contra-indicaties

Een primaire diagnose anders dan een Persisterende Depressieve Stoornis (co-behandelingen zijn wel mogelijk), zwakbegaafdheid en zodanig middelenmisbruik van middelen dat die een behandeling van de depressie onmogelijk maakt.

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Hiervoor wordt de Dutch Measure for quantification of Treatment Resistance in Depression (DM-TRD) gebruikt beschreven door Peeters, Ruhe et al. 2016. De door PsyQ Depressie Ambulant gebruikte versie is in overleg met de auteurs uitgebreid met vragen over psychotrauma en affectieve verwaarlozing in de jeugd, en een screener voor persoonlijkheidsproblematiek; The Standardised Assessment of Personality- Abbreviated Scale (SAPAS) beschreven door Bukh et al. 2010.

DSM V classificatie

In het algemeen gaat het om patiënten met een Persisterende Depressieve stoornis (300.4), veelal met een vroeg begin, en periodieke depressieve episoden, en een of meer nevendiagnosen. Veelal Angststoornissen, Posttraumatische Stressstoornissen of ADHD. De meeste patiënten hebben daarnaast de nodige andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn (V-codes DSM-5).

Waar bestaat de diagnostiek uit?

Standaard wordt gebruik gamaakt van de ROM gegevens, een gestructureerd klinisch interview (de MINI-plus) en de DM-TRD.

Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

In de specialistische ggz wordt wel gebruik gemaakt van de ROM gegevens, de MINI-plus en de DM-TRD. Maar bij de de overgang van de specialistische naar de hoogspecialistische ggz die in het team therapieresistente depressie wordt gegeven, wordt gebruik gemaakt van Temperament en Karaktervragenlijst (TCI), eventueel aangevuld met een SCID-II, een volledig psychiatrisch onderzoek (format second opinion), en een beoordeling door een psychotherapeut of klinisch psycholoog naar de mate waarin de patiënt zal kunnen profiteren van derde generatie psychotherapie: Cognitive Behavioral Analysis System of Psychotherapy (CBASP) of Schema Focussed Therapy (SFT).

Hoe intensief is deze voor de patient?

De afname van de MINI-plus vergt afhankelijk van de complexiteit van de problematiek één tot anderhalf uur. De Temperament en Karaktervragenlijst (TCI) neemt rond een halfuur tot drie kwartier in beslag. Het psychiatrisch onderzoek (format second opinion) normaal gesproken één uur, de taxatie door de psychotherapeut kan een of meerdere gesprekken omvatten. Voor de patiënt varieert de belasting in uren tussen 4-6 uur. Als de TCI onvoldoende duidelijkheid geeft en de SCID-II ter aanvulling wordt afgenomen komen daar 2 uur bij.

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?

De MINI wordt afgenomen door een van de psychologen. De TCI kan online worden ingevuld. De beoordeling vindt plaats door de psychiater en de psychotherapeut die bij de diagnostiek betrokken zijn. Hetzij op locatie hetzij thuis. De DM-TRD vergt nauwelijks extra tijd. De stagering en profilering die er aan ten grondslag ligt volgt in wezen de klinische praktijk. Het gaat om gegevens die normaal gesproken tijdens een lopende behandeling worden verzameld. Het verschil is dat deze gegevens nu gestandaardiseerd en op één moment (voorafgaand aan de behandeling) worden vastgelegd.

Behandeling
Ambulant
Klinisch (gesloten)
Klinisch (open)
Beschrijving

PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie maakt deel uit van de afdeling Depressie Ambulant van PsyQ Den Haag, en werkt voor de behandeling van therapieresistente depressies nauw samen met de Depressiekliniek van de Parnassia Groep in Den Haag.

Naam en beschrijving
Het gebruik van Experience Sampling en netwerkmodellen bij de behandeling van chronische depressies
Doelgroep

(1) Patiënten met een chronische depressie die in de meerdaagse reactivatie unit worden behandeld.

(2) Patiënten met een chronische depressie die onvoldoende hebben gereageerd op 3e generatie psychotherapie en medicatie, die in de rehabilitatie module in behandeling komen ter voorbereiding op verdere behandeling in de BGGZ of een EPA team.

Methodiek

Experience sampling wordt bij deze doelgroepen toegepast voor het genereren van gedetailleerde, longitudinaal geordende netwerk informatie, met behulp waarvan zowel de patiënt als de behandelaar zicht kunnen krijgen op de samenhang tussen stemming, leefstijl, context en het effect van de binnen die context toegepaste interventies.

Beoogde effecten
  1. het genereren van gepersonaliseerde leefstijl adviezen
  2. empowerment van de patiënt
  3. verbetering van de kwaliteit van leven
  4. relapsepreventie.
Effectiviteitsonderzoek

Er wordt gedetailleerde, longitudinaal geordende netwerk informatie verzameld. De belangrijkste uitkomstmaten daarbij zijn kwaliteit van leven en het terugdringen van het aantal recidieven die een hoogspecialistische behandeling behoeven. Bij daarvoor in aanmerking komende patiënten wordt gedurende de behandeling bij het team therapieresistente depressies (of daaraan voorafgaand) via de GOALIE app informatie verzameld. Voor de patiënt betekent dit alleen dat hij de GOALIE app moet gebruiken gedurende de looptijd van de behandeling. Over het algemeen zijn vier tot vijf face to face sessies nodig om samen met de patiënt de gegenereerde informatie te bespreken, en deze te vertalen in een geïndividualiseerd recidief preventie plan.

Naam en beschrijving
Rehabilitatie modules: individueel (13 sessies), groepsformat (6 sessies). In het groepsformat wordt gebruik gemaakt van een aparte module voor mantelzorgers en een aparte module voor de patiënt. Bij het individuele format wordt uitgegaan van wekelijkse
Doelgroep

Patiënten met een therapieresistente depressie die onvoldoende hersteld zijn na incisieve medicamenteuze behandeling (d.w.z. waarbij alle medicamenteuze stappen, inclusief neuromodulatie en ECT zijn doorlopen) en derde generatie psychotherapie. Patiënten die naar ons inzicht niet zullen gaan profiteren van derde generatie psychotherapie krijgen deze modules aangeboden na het afronden van de medicamenteuze behandeling en/of ECT.

Methodiek

Implementeren en (op doelmatigheid en kosteneffectiviteit) evalueren van de door het Trimbos instituut ontwikkelde en zeer recent op de markt gebrachte rehabilitatie module (inidividueel format) en het door het LUMC ontwikkelde groepsformat (PPEP4all).

Beoogde effecten
  1. empowerment van de patiënt (hoe kan de patiënt zo goed mogelijk omgaan met de handicap).
  2. optimaliseren van de kwaliteit van leven in de aanwezigheid van een therapieresistente depressie waarbij van verdere "behandeling" geen verbetering meer mag worden verwacht.
  3. voorbereiden op verdere zorg in BGGZ of EPA-team.
Effectiviteitsonderzoek

De belangrijkste uitkomstmaten daarbij zijn kwaliteit van leven en het terugdringen van het aantal recidieven die een topklinische behandeling behoeven. De beschreven individuele methodiek wordt binnen het kader van een wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met het LUMC vergeleken met de PPEP4all methodiek.

Uitstroomcriteria
  1. Hersteld. QIDS-SR score stabiel op twee opeenvolgende meetmomenten (3 maanden tussenruimte) <7
  2. Partiële Remissie. QIDS-SR score stabiel op drie opeenvolgende metingen op een niveau > 6. Verdere verbetering treed niet op na CBASP of SFT en het doorlopen van het medicatie protocol. De behandeling wordt met een rehabilitatie module afgesloten en patiënt wordt aangeboden aan de BGGZ.  
  3. Partiële remissie waarbij de ernst van de klachten zodanig is dat verdere begeleiding in een FAKT team noodzakelijk is.
Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

Hetzij met ontslag, hetzij naar de Basis-ggz, hetzij naar een FAKT team.

Is er een terugval aanbod?

Patiënten met recidiverende depressie die tenminste 3 episoden hebben doorgemaakt krijgen MBCT. Op indicatie wordt aan patiënten die nog geen drie episoden hebben doorgemaakt de Zefbeeld Module aangeboden.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Met de QIDS-SR, de OQ45 en een instrument dat de kwaliteit van leven meet.

Percentage waar patiënten na hoeveel tijd uitstromen

De maximale behandelduur binnen het team therapieresistente depressies is 1 jaar, met een eventuele verlenging tot 1 1/2 jaar voor patiënten die met CBASP of SFT behandeld worden. Bij 30% van de behandeld patiënten is sprake van herstel (zij worden terug verwezen naar de huisarts). Bij 20% is sprake van respons, maar geen herstel, zij worden in het algemeen voor nazorg verwezen naar de Basis-ggz. Bij 30% van de patiënten wordt geen respons bereikt. Hun behandeling wordt afgerond met het rehabilitatie programma. Bij 20% van de patiënten, lijkt verdere nazorg bij een FAKT team noodzakelijk

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

Via het volgende email adres kan contact gezocht worden met PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressies:
Consultatie&advies.topggz.depressie@psyq.nl. Er wordt dan contact gezocht met de aanvrager.

Bij een second opinion wordt vooral gekeken of het diagnostisch oordeel en het daaraan gekoppelde behandelplan van de aanvrager overeenstemt met het oordeel van het team therapieresistente depressies.

Afhankelijk van de vraagstelling kan beeldbelconsulatie (Skype for Business) worden ingezet of een poliklinische beoordeling.  

Met de aanvrager wordt telefonisch overlegd over de vraag die ter beoordeling voorligt. Bij een beoordeling verdere behandelmogelijkheden van patiënten met een persisterende unipolaire depressie, die onvoldoende baat hebben gehad bij een behandeling in de specialistische ggz wordt in principe het format gevolgd zoals dat onder "diagnostiek" eerder op deze pagina werd beschreven.

Naam
dr.
Th.M.
(Michael)
van den Boogaard
Specialisatie

De effectiviteit van specialistische en hoogspecialistische behandelingen.

Contactgegevens

(088) 357 31 07 - m.vandenboogaard@psyq.nl

Bijzonderheden

Telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag en donderdag van 08:30 tot 09:00 uur.

Naam
dr.
R.
(Rutger)
Goekoop
Specialisatie

Experience sampling en netwerkmodellen bij patiënten met depressieve stoornissen.

Contactgegevens

(088) 357 31 07 - r.goekoop@parnassiagroep.nl

Naam
dr.
P.M.J.
(Judith)
Haffmans
Specialisatie

Aanvullende behandeling met chronotherapie bij patiënten met therapieresistente depressies.

Contactgegevens

(088) 357 31 07 - (088) 357 31 07

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Bij consultatie en advies ligt het accent meer op het uitbrengen van een behandeladvies op basis van de door de aanvrager verstrekt informatie. Als dat nodig is wordt de patiënt ook face to face (of via beeldbel contact) beoordeeld voordat het advies wordt uitgebracht.

  1. Beoordeling verdere behandelmogelijkheden van patiënten met een persisterende unipolaire depressie, die onvoldoende baat hebben gehad bij een behandeling in de Specialistische ggz.
  2. Beoordeling behandelmogelijkheden voor EPA patiënten met een nevendiagnose depressie.
  3. Beoordeling en behandeling van patiënten met ernstige stoornissen in het slaap waak ritme.
  4. Beoordeling en/of mede behandeling van patiënten met een metabool syndroom.
  5. Beoordeling en/of (mede) behandeling van patiënten die onvoldoende resultaat hadden op de gebruikelijke behandeling met een SSRI, gevolgd door een SNRI, en de daaropvolgende combinaties van psychofarmaca.
  6. Euthanasie beoordelingen.

Dit najaar wordt (landelijk) begonnen met een telefonisch spreekuur, met aansluitend de mogelijkheid tot beeldbelconsulatie (Skype for Business) en Collaborative Care online. Aanvankelijk in de regio Den Haag en Utrecht. Mogelijk ook in de regio Rijnmond.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

Beoordeling verdere behandelmogelijkheden, en aansluitend de behandeling van patiënten met een persisterende unipolaire depressie, die onvoldoende baat hebben gehad bij een behandeling in de specialistische ggz.

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

Bij 50% van de patiënten wordt herstel of respons bereikt (herstel 30%, verbeterd 20%). Bij nog eens 30% wordt de behandeling afgerond met een van de rehabilitatie modules en worden zij voor verdere behandeling (nazorg en of ondersteuning) verwezen naar de Basis-ggz of de POH van de huisarts. In 20% van de gevallen heeft de afdeling helaas geen verbetering teweeg gebracht en bestaat de inspanning eruit patiënten voor verdere behandeling te verwijzen naar een EPA team. Er zijn geen meetgegevens die gebaseerd zijn op de mate waarin het bij instroom (na diagnostiek) haalbaar geachte behandelresultaat, wordt afgezet tegen het uiteindelijk bereikte resultaat. In die zin is de gestelde vraag niet beantwoordbaar.

Hoe wordt dit gemeten?

PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie hanteert voor het vaststellen van het resultaat het verschil tussen de genormaliseerde T- scores van de QIDS-SR(start behandeling minus einde van de behandeling).

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod
  1. Na een behandeling op de OE therapieresistente depressies is 30% van de patiënten klachtenvrij.
  2. 20 % van onze patiëten verbeterd wel duidelijk, maar is niet geheel klachtenvrij, maar kan volstaan met behandeling van de huisarts en de POH
  3. Bij 30% van onze patiënten lukt het ons tot nog toe niet een duidelijke verbetering tot stand te brengen. Zij volgen na afronding van de behandeling ons rehabilitatie programma en krijgen nazorg bij onze eerstelijns instelling Indigo.
  4. Bij 20% van onze patiënten treedt ondanks hun inzet en die van onze hulpverleners zelfs een verslechtering van de klachten op. Na stabilisatie en rehabilitatie hebben zij verdere behandeling nodig bij een FAKT team.
     
Met welk instrument worden de effecten gemeten

Voor het meten van de klachtenreductie wordt gebruik gemaakt van de De Quick Inventory voor Depressive Symptoms, de Self Report version (QID-SR).

Met welke frequentie

Standaard iedere drie maanden.

Resultaten in percentages of aantallen
Hersteld DT > 5 en van Pre naar post 42,5 overschreden 30%
Verbeterd DT > 5  maar van pre naar post 42,5 niet overschreden 20%
Onveranderd -5 ≤ DT ≤ 5 rond 30%
Verslechterd DT < -5 rond 20%
Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

De volgende resultaten m.b.t. kwaliteit van leven worden door de afdeling bereikt:
55% verbeterd, 30 % niet duidelijk veranderd, 15% verslechterd.

Met welk instrument gemeten

Kwaliteit van leven (KWAL) wordt gemeten met vier vragen. Drie iets aangepaste vragen van de Sheehan Disability Scale (SDS). Evenals in de SDS wordt in de KWAL gebruik gemaakt van door de patiënt gescoorde analoge schalen die de functionele beperkingen meten in drie domeinen: werk, sociaal leven, en het gezin (K. H. Sheehan & Sheehan, 2008). De vierde vraag is ontleend aan de Happines Index van Abdel-Khaled (Abdel-Khalek, 2006).

Met welke frequentie

Standaard iedere drie maanden.

Relatie met de klinische effecten

Er is over het algemeen een duidelijke associatie tussen de klachtreductie en de verbetering/verslechtering in de kwaliteit van leven. Er zijn echter ook gevallen waarin wel de kwaliteit van leven verbetert terwijl er van klachtenreductie niet of nauwelijks sprake is.

Beschrijving overige resultaten

Een relevant resultaat is dat patiënten die worden aangemeld een duidelijk beeld krijgen wat voor hen haalbaar is. Dat kan herstel zijn, maar ook acceptatie, en via onze rehabilitatie modules empowerment.

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Het gaat hier vooralsnog om een klinische indruk.

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

De patiënten die succesvol behandeld worden bij PsyQ, Depressie ambulant, team therapieresistente depressie zijn tevreden (75%). Met name de patiënten bij wie de behandeling niet succesvol kon worden afgerond (niet duidelijk veranderd of zelfs verslechterd) zijn, invoelbaar en begrijpelijkerwijs teleurgesteld. Hun tevredenheid is niet duidelijk veranderd of zelfs verslechterd. In die zin lijkt de acceptatie en empowerment niet tot uitdrukking te komen in de patiënttevredenheid. Daar moet aandacht aan worden besteed.

Naam
prof. dr.
F.
(Frenk)
Peeters
Specialisatie

chronische depressieve stoornissen

Contactgegevens
Naam
dr.
P.M.J.
(Judith)
Haffmans
Specialisatie

chronobiologie/therapie

Contactgegevens
Naam
dr.
R.
(Rutger)
Goekoop
Specialisatie

Experience sampling en netwerkmodellen bij patiënten met depressieve stoornissen.

Contactgegevens
Naam
dr.
Th.M.
(Michael)
van den Boogaard
Specialisatie

Voorspellers van uitkomst (meer i.h.b. treatment failure) bij de behandeling van unipolaire stemmingsstoornissen.

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Centrale doorlopende data verzameling na stagering en profilering (DM-TRD-e, MINI-plus, ROM, toegepaste behandelingen w.o. medicatie).

Verwachte einddatum
2020
Naam hoofdonderzoeker
drs. D. van Dijk
Beschrijving onderzoek

De impact van motivatie en patiënt behandeling compatibiliteit op uitkomst bij de behandeling van depressieve stoornissen en angst.

Verwachte einddatum
2020
Naam hoofdonderzoeker
V. Peerbooms
Auteur(s)
van Krugten, F. C., Kaddouri, M., Goorden, M., van Balkom, A. J., Bockting, C. L., Peeters, F. P., Hakkaart-van Roijen, L., & Decision Tool Unipolar Depression, C.
Tijdschrift
J. of Affective Disorders
Datum
Januari 2017
Auteur(s)
Goekoop R, Goekoop JG
Tijdschrift
PLoS ONE 9(11): e112734
Datum
2014
Auteur(s)
Th.M. van den Boogaard
Tijdschrift
Tijdschrift voor Psychotherapie
Datum
Juni 2014
Beschrijving

Big Data; een opmaat naar Personalized Medicin

Het gebruik van herhaalde metingen bij het evalueren van het behandelaanbod bij gestageerde en geprofileerde patiënten met een unipolaire depressie.

Wetenschappelijke presentaties/lezingen:

  • Elementaire syndromen. R. Goekoop. Voorjaarscongres NVvP Maastricht. 30 maart 2016.
  • Datamining en personalized medicin; hoe voorkom je GIGO. Th.M. van den Boogaard en K. Bocker. Voorjaarscongres NVvP Maastricht. 31 maart 2016.
  • DM-TRD als hulpmiddel bij het personaliseren van depressiebehandeling. D. van Dijk. Landelijke NedKAD dat Amersfoort. 7 oktober 2016.
EmailTwitterLinkedIn

Ervaring van patiënten/naasten

Het gaat om een mannelijke patiënt (37 jaar) die bij intake een zeer hoge score op de DM-TRD had (14,5), hetgeen wijst op een sterke mate van therapieresistentie, met daarnaast ook een hoge score op een screeningsvragen lijst voor persoonlijkheidsproblematiek (5 uit 7), affectieve verwaarlozing in de vroege jeugd, met als DSM-IV diagnose een depressie herhaald, huidige episode met een duur langer dan twee jaar, met daarnaast identiteitsproblemen en een familiaire belasting. De coping wordt gekenmerkt door het wegstoppen van emoties en altijd maar door blijven gaan en geen hulp te vragen.
De behandeling bestaat uit medicatie en door de psychotherapeute worden technieken uit de cognitieve gedragstherapie toegepast omdat Schema Focus Therapie te confronterend zou kunnen werken bij deze man.
Gedurende de behandeling verandert de houding van patiënt zichtbaar van een aanvankelijk gesloten en afwachtende en soms wat wantrouwende houding naar een (meer) open houding. Patiënt is beter in staat om te praten over wat er in hem omgaat en contact te maken met zijn gevoelens. De rigide denkpatronen blijven echter aanwezig. Er lijken verschillende autistische kenmerken aanwezig. Om dit nader te onderzoeken is er een autismeonderzoek aangevraagd, maar daar ziet deze man uiteindelijk van af.
In het laatste gesprek wordt er teruggeblikt op de behandeling en besproken welke inzichten en interventies hebben geholpen en hoe een eventuele terugval in de toekomst gesignaleerd kan worden. Patiënt geeft dan aan dat hij met name heeft geleerd om eigen grenzen te stellen en naar eigen behoeften te luisteren.
De Delta T score op de QIDS-SR is > 5, maar de 42,5 wordt niet overschreden, dat wil zeggen dat er wel een sterke verbetering is opgetreden, maar geen volledig herstel. De kwaliteit van leven wordt als duidelijk verbeterd afgegeven (Delta T > 5). Ook de tevredenheid neemt aan het eind van de behandeling wel toe, maar zeker niet spectaculair.

Back to top