Zorgprogramma Psychosen

Lentis

Patiënten van 18 jaar of ouder, met een gevoeligheid voor psychosen kunnen bij het Zorgprogramma Psychosen terecht. Veel van deze patiënten hebben een bijzondere zorgvraag. Bijvoorbeeld doordat ze onvoldoende opgeknapt zijn na een standaard behandeling.

Hoofd- en sublocatie

Hereweg 78/80
9725 AG Groningen

A weg 29
9718 CW Groningen

Bankastraat 73 - 74
9751 CJ Groningen

Plutolaan 329-a
9742 GK Groningen

Laan Corpus den Hoorn 102/2
9728 JR Groningen

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
Beschrijving

Het gaat om patiënten met een psychotische kwetsbaarheid en daarmee samenhangende psychosociale problemen. Veel van deze mensen hebben bijzondere zorgvraag. Bijvoorbeeld doordat zij onvoldoende opgeknapt zijn na een standaard behandeling.

Contra-indicaties

Indien mensen tot de doelgroep behoren, zijn er geen contra-indicaties voor verwijzing naar het Zorgprogramma Psychosen.

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Patiënten van 18 jaar of ouder, met een gevoeligheid voor psychosen kunnen bij het Zorgprogramma Psychosen terecht. Een deel van de mensen met aanleg voor psychosen houdt over langere tijd allerlei problemen, zowel psychisch, sociaal als lichamelijk. Als patiënten onvoldoende herstellen in de specialistische zorg, en/of problemen op deelgebieden blijven ervaren, kan worden verwezen naar het Zorgprogramma Psychosen.

De diagnostiek en het behandelprogramma van het Zorgprogramma Psychosen gaat uit van psychosen als uiting van ernstige psychiatrische ziekten met als gevolg ernstig lijden van direct betrokkenen (patiënten) en mensen uit de leefomgeving. Patiënten ervaren beperkingen in het psychisch en sociaal functioneren en ernstige beperkingen in zelfgekozen ontplooiingsmogelijkheden van het individu. Vaak is er sprake van problemen op meerdere gebieden (comorbiditeit) in de vorm van stemmingsproblemen, lichamelijke klachten, problemen in het zelfstandig sociaal functioneren en verslaving/middelengebruik. Veel patiënten ervaren beperkingen in het plannen, organiseren en overzicht houden op allerlei aspecten in hun leven. Dit geeft vaak problemen op meerdere levensgebieden, zoals inkomen, werk, psychische en lichamelijke gezondheid, zinvolle dagbesteding en (intieme) relaties.

DSM V classificatie

De doelgroep omvat alle patiënten met een psychotische kwetsbaarheid. De doelgroep wordt geformuleerd conform de DSM 5 classificatie:

  • Schizofrenie (295.90);
  • Schizofreniforme stoornis (295.40);
  • Schizo-affectieve stoornis (295.70);
  • Waanstoornis (297.10);
  • Kortdurende psychotische stoornis (298.8);
  • Andere gespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis (298.8);
  • Ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis (298.9);
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis (301.22);
  • Psychotische stoornis door somatische aandoening (293.81 of 293.82);
  • Katatonie bij een andere psychische stoornis (293.89);
  • Katatone stoornis door een somatische aandoening (293.89);
  • Ongespecificeerde katatonie (293.89).
Waar bestaat de diagnostiek uit?

Patiënten die voor de eerste keer met een psychose worden geconfronteerd krijgen uitgebreide standaard diagnostiek die steeds wordt aangepast aan de laatste ontwikkelingen. Dit wordt samen gedaan met het Universitair Centrum Psychiatrie in Groningen. De diagnostiek betreft zowel het lichamelijk, als psychologisch en sociaal functioneren (school, werk, relaties). Zo nodig kan de diagnostiek worden uitgebreid, met bijvoorbeeld fMRI-onderzoek of neurologisch onderzoek.

De diagnostiek bestaat uit interviews, vragenlijsten, laboratoriumonderzoek en psychologische tests. Op deze manier wordt gekeken naar de problemen, talenten en mogelijkheden van de patiënt.
De stappen bestaan uit:

  • Kennismakingsgesprekken, gericht op verheldering van de problemen, welke hulpverlening al is geprobeerd, wat tot op heden wel of niet werkte en waar iemands talenten liggen. Gesprekken vinden plaats met de patiënt en met belangrijke anderen, vaak de ouders, familie en/of partner;
  • Door de levensgeschiedenis uit te vragen, kan een beeld worden verkregen van iemands mogelijkheden en beperkingen. Ook blijkt dat er bij een deel van de mensen sprake is van problemen uit het verleden die soms bijdragen aan de huidige problematiek;
  • Psychiaters, verpleegkundigen en/of psychologen onderzoeken welke symptomen er zijn, of zijn geweest, zowel psychisch, lichamelijk als sociaal. Er wordt gewerkt met specifieke vragenlijsten, interviews, lichamelijk onderzoek (bewegingsonderzoek) en testen (neuropsychologisch onderzoek);
  • Huidig sociaal functioneren (mogelijkheden en beperkingen);
  • Onderzoek naar lichamelijke en psychische problemen in de familie (familieanamnese);
  • Verslavingsdiagnostiek;
  • Oriënterend lichamelijk onderzoek, dat zo nodig aangevuld kan worden met uitgebreid lichamelijk, vaak neurologisch onderzoek (vaak samen met de afdeling neurologie van het UMCG).
  • Laboratoriumdiagnostiek;
  • Evalueren van effect van geneesmiddelen;
  • Kwaliteit van leven;
  • Inventarisatie ziektebesef en -inzicht; onderzoeken van mogelijkheden t.a.v. zelfreflectief vermogen, vergroten van mogelijkheden, versterken van autonomie;
  • Zo nodig, aanvullend neurocognitief onderzoek en of intelligentie-onderzoek.
Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

Voor patiënten die langdurige zorg nodig hebben wordt jaarlijks gekeken naar specifieke zorgbehoeftes. Hiervoor is een jaarlijks diagnostisch pakket samengesteld, ROM Phamous, bedoeld om de beste zorg voor een specifieke persoon of situatie te bieden.
De uitgebreide diagnostiek (o.a. vragenlijsten, lichamelijk onderzoek, psychologische testen, laboratorium onderzoek) helpt om te bezien of mensen met standaard zorg te helpen zijn, dan wel dat innovatieve of experimentele manieren van zorg aangeboden kunnen worden.

Hoe intensief is deze voor de patient?

Het standaard diagnostische pakket houdt rekening met de individuele belastbaarheid van de patiënt. In de praktijk is de diagnostiek voor iedereen te doen, maar hebben sommige mensen extra tijd nodig.

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?

Het gesprek met de patiënt en/of de betrokkenen van de patiënt en het inventariseren van de hulpvraag zijn de belangrijkste bronnen van diagnostiek. Dit wordt gedaan door de psycholoog, psychiater en/of verpleegkundige. Daarnaast worden verschillende vragenlijsten en metingen afgenomen. Dit zijn onder meer:

  • Psychosociaal functioneren: Beschrijving van de DSM diagnose
  • Anamnese: beschrijving van de somatische voorgeschiedenis
  • Medicatie: beschrijving van het medicatiegebruik van het afgelopen jaar
  • Lichamelijk onderzoek: beschrijving van de lichamelijke gegevens
  • Labbepalingen: beschrijving van de labwaarden
  • HoNOS: weergave van het geestelijk en sociaal functioneren
  • PANSS: weergave van positieve en negatieve symptomen
  • GAF: weergave van het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren
  • Functionele Remissie: weergave van herstel op gebied van wonen, zelfzorg, werk, studie, huishouden en sociale contacten
  • ManSA: meet de kwaliteit van leven
  • Happiness Index: meet de mate van gelukkig zijn
  • SRA-34: meet de subjectieve reactie op antipsychotica
  • CSQ Cliënttevredenheid: meet de tevredenheid van de cliënt van de behandeling

Aanvullend kan neuropsychologisch onderzoek worden verricht. Dit kan door middel van interviews, testen op de computer of het invullen van vragenlijsten.

Behandeling
Ambulant
Klinisch (gesloten)
Klinisch (open)
Thuisbehandeling
Beschrijving

Het zorgaanbod wordt zodanig georganiseerd dat patiënten zoveel mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Indien functioneren in de thuissituatie tijdelijk niet mogelijk is, kan iemand ter ondersteuning of bescherming, kortdurend klinisch worden opgenomen. De regie van de behandeling blijft ook tijdens opname zoveel mogelijk bij de behandelaars van de FACT-teams.

Naam en beschrijving
Hospitality Project (HY)
Doelgroep

Mensen met een psychotische kwetsbaarheid.

Methodiek

Er worden groepjes van drie deelnemers gevormd, die eens in de twee weken samen eten. Om de beurt is één van de deelnemers gastheer/-vrouw. Samen met een verpleegkundige wordt geoefend met vaardigheden die nodig zijn om mensen thuis te ontvangen. Tijdens het eten is de verpleegkundige slechts op de achtergrond aanwezig.

Beoogde effecten

Het doel van het Hospitality Project is dat deelnemers minder eenzaamheid en meer sociale steun, persoonlijk herstel en sociaal functioneren ervaren.

De verwachting is dat deelname aan het Hospitality Project kan zorgen voor minder eenzaamheid, en meer sociale steun, persoonlijk herstel en sociaal functioneren.

Effectiviteitsonderzoek

Op basis van loting worden deelnemers toegewezen aan de interventiegroep of aan de wachtlijstgroep. De duur van de interventie is acht maanden. Voorafgaand aan en na afloop van de interventie worden interviews en vragenlijsten afgenomen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van metingen met behulp van experience sampling.

Naam en beschrijving
Apathiestudie
Doelgroep

Patiënten met de diagnose schizofrenie of schizoaffectieve stoornis en aanhoudende klachten van apathie.

Methodiek

Patiënten met schizofrenie houden vaak last van apathie (lusteloosheid, gebrek aan motivatie, weinig plezier kunnen beleven). Veel klachten van apathie hebben een negatieve invloed op iemands functioneren in het dagelijks leven. Onderzoek heeft laten zien dat de voorste gebieden in de hersenen minder actief zijn bij patiënten met veel klachten van apathie. Met behulp van hersenstimulatie (rTMS of tDCS) kan deze activiteit verhoogd worden, waardoor apathie mogelijk vermindert.

Beoogde effecten

De verwachting is dat door middel van hersenstimulatie klachten van apathie kunnen verminderen bij patiënten met schizofrenie. Dit kan hen helpen om meer activiteiten te ondernemen, waardoor hun dagelijks functioneren kan verbeteren.

De verwachting is dat door middel van hersenstimulatie klachten van apathie kunnen verminderen bij patiënten met schizofrenie. Dit kan hen helpen om meer activiteiten te ondernemen, waardoor hun dagelijks functioneren kan verbeteren.

Effectiviteitsonderzoek

De Apathiestudie wordt uitgevoerd bij meerdere ggz-instellingen die aangesloten zijn bij het Rob Giel Onderzoekcentrum. Door middel van loting worden deelnemers toegewezen aan een actieve of een placebobehandeling. Vervolgens krijgen zij twee weken lang dagelijks een behandeling met rTMS (5,5 minuten per dag) of tDCS (20 minuten per dag). Een deel van de patiënten krijgt ook een gedragsactivatietraining. Het effect van de behandeling wordt geëvalueerd met behulp van interviews, vragenlijsten (2,5 uur per meting) en fMRI-scans (1 uur per meting).

Uitstroomcriteria

Mensen stromen uit als de doelen van de verwijzer en/of patiënt behaald zijn ten aanzien diagnostiek en advisering. Wanneer gekozen wordt om tijdelijk een deel van de behandeling over te nemen, zal uitgestroomd worden wanneer de behandeldoelen behaald zijn, of geen aanvullende meerwaarde van het hoogspecialistische behandelaanbod bestaat.

Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

De meeste patiënten gaan terug naar hun oorspronkelijke zorgvoorziening. Dit zijn over het algemeen poliklinieken en teams voor ambulante sociaal psychiatrische zorg (FACT teams). In uitzonderlijke gevallen wordt doorverwezen naar gespecialiseerde afdelingen, zoals het epilepsiecentrum, verslavingszorg, forensische psychiatrie, neurologie.

Is er een terugval aanbod?

Indien mensen terugvallen, kunnen zij eenvoudig weer opgeschaald worden naar meer intensieve vormen van gespecialiseerde GGz, binnen FACT teams, via intensive home treatment of klinische opname. Hierbinnen kan steeds weer gebruik worden gemaakt van het hoogspecialistische behandelaanbod.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Afhankelijk van de zorgvraag worden verschillende instrumenten gebruikt bij het vaststellen van het effect van de interventie.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

Een second opinion kan worden aangevraagd via het secretariaat van de afdeling (topggzpsychosen@lentis.nl) of door contact op te nemen met de betreffende professionals via het algemene telefoonnummer van Lentis 088-1140000. Professionals die vaak geconsulteerd worden zijn dr. H. Knegtering voor vragen rond diagnostiek, medische psychiatrie, problemen in de behandelrelatie; drs. G. Lohuis voor sociaal psychiatrische vragen; drs. H. Schneider voor medisch en sociaal psychiatrische vragen.  

Second opinions worden in nauw overleg met de verwijzer, patiënt en naasten van de patiënt vastgesteld en zijn in principe altijd maatwerk. De vraagstelling van de patiënt en verwijzer zijn hierin leidinggevend. Meestal volgt een gesprek met een psychiater of psycholoog. Soms is één gesprek voldoende, soms volgt uitgebreide nadere diagnostiek en advisering.

Naam
drs.
G.
(Gerard)
Lohuis
Specialisatie

Sociale psychiatrie, dubbele diagnose en openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGz).

Contactgegevens

(088) 114 00 00 - 1fact@lentis.nl

Naam
dr.
H.
(Rikus)
Knegtering
Specialisatie

Biologische psychiatrie en psychotherapie.

Contactgegevens

(088) 114 00 00 - research@lentis.nl

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Consultatie- en adviesmogelijkheden worden geboden door verschillende professionals van het Zorgprogramma Psychosen op het gebied van onder meer behandelstrategieën, diagnostiek, medicatie, ongewenste effecten van geneesmiddelen, wetenschappelijk onderzoek, sociale psychiatrie, dubbele diagnose, crisisbeoordeling, zorgmijding en trauma.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

Het kerndoel van het Zorgprogramma Psychosen is optimale zorg verlenen aan patiënten met een psychotische kwetsbaarheid. Daar waar het standaard aanbod onvoldoende tegemoet komt aan hulpvragen, wordt via innovaties en wetenschappelijk onderzoek een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de zorg voor de toekomst.
De werkwijze is gericht op het aanpassen van de zorg op de hulpvraag van de individuele patiënt. Hierbij staan flexibiliteit, beschikbaarheid en continuïteit voor patiënt, familie en andere betrokkenen voorop. Behandelingen worden geboden volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Psychosen. Afhankelijk van de zorgvraag van de patiënt worden deze aangevuld met hooggespecialiseerde of innovatieve behandelvormen.
De hulpverlening wordt zodanig georganiseerd dat behandelingen zoveel mogelijk een bijdrage leveren aan het sociaal en maatschappelijk functioneren. Medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandelinterventies worden regelmatig en systematisch geëvalueerd op gewenste en ongewenste effecten, om zo optimale keuzes te kunnen maken voor de individuele patiënt.

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

In 2016 is bij 104 patiënten de zorgdoelen bereikt en doorgestroomd naar de basis-ggz.
Veel patiënten komen met specifieke vragen, zoals bijwerkingen van medicatie, angst, trauma, bewegingsstoornissen, verlies van initiatief en sociale problemen. Meer dan 50% van de patiënten verbetert sterk wat betreft het probleem waarvoor ze hulp zochten.

Hoe wordt dit gemeten?

Patiënten kunnen uitstromen uit de specialistische ggz naar de basis-ggz indien zij tenminste één jaar stabiel functioneren. Dit betekent dat patiënten in dat jaar niet opgenomen mogen zijn en/of langer dan één maand vermeld worden op het FACT-bord. Er moet een actueel signaleringsplan zijn, de patiënt moet kunnen samenwerken en beschikken over vaardigheden voor zelfmanagement. Het dagelijks functioneren dient op basaal niveau te zijn, en de farmacotherapie mag hooguit matig complex zijn, met - indien van toepassing - stabiel ingestelde lithium of clozapine. De tijd die nodig is voor een patiënt mag niet meer zijn dan 753 minuten per jaar.

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

Afhankelijk van de hulpvraag van de patiënt zijn er verschillende doelen voor verbetering. Hieronder volgt een aantal effecten die vaak worden bereikt.

  • Vermindering van angst, verwardheid, stemmen horen, achterdocht of andere psychotische symptomen;
  • Vermindering van somberheidsklachten en stabilisering van stemming;
  • Verminderen van de invloed van psychische klachten op het sociaal functioneren (werk, wonen, opleiding, relaties);
  • Tot stand brengen van klinische stabiliteit, waar de kans op terugkeer van klachten zo laag mogelijk wordt gemaakt;
  • Het verbeteren van het sociaal functioneren (sociaal herstel);
  • Het verminderen van ongewenste effecten van geneesmiddelen op onder meer gewicht, slaap, seksualiteit, initiatief, vervlakking van het gevoelsleven.
Met welk instrument worden de effecten gemeten

Afhankelijk van de zorgvraag worden verschillende instrumenten gebruikt bij het vaststellen van het effect van de interventie. Voorbeelden van veelgebruikte instrumenten zijn:

  • Inventarisatie van de medicatiegeschiedenis: in gesprek met de patiënt selecteren van de juiste medicatie;
  • Lichamelijk onderzoek, kan deel uitmaken van de diagnostiek: het vaststellen van lichamelijke problemen;
  • ESRS of St Hansenschaal: vaststellen van bewegingsstoornissen die kunnen samenhangen met psychiatrische problemen of effecten van geneesmiddelen;
  • Labbepalingen: diagnostiek lichamelijke problemen, instellen op medicatie, bewaken van ongewenste effecten van geneesmiddelen;
  • HoNOS: door de hulpverlener ingevulde weergave van het psychisch en sociaal functioneren
  • PANSS: middels een interview vaststellen van psychiatrische klachten zoals angst, depressie, verwardheid, psychose, verlies van initiatief of opwinding;
  • GAF: door de hulpverlener ingevulde weergave van het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren;
  • Functionele Remissie: door de hulpverlener ingevulde weergave van herstel op gebied van wonen, zelfzorg, werk, studie, huishouden en sociale contacten;
  • ManSA: door de patiënt ingevulde weergave van de beleving van de kwaliteit van leven;
  • Happiness Index: door de patiënt aangegeven mate van gelukkig zijn;
  • SRA-34: door de patiënt ingevulde vragenlijst die vaststelt of een geneesmiddel (on)gewenste effecten heeft;
  • CSQ Cliënttevredenheid: door de patiënt ingevulde vragenlijst die de tevredenheid over de behandeling meet.
Met welke frequentie

Minimaal eenmaal per jaar en afhankelijk van de zorgvraag soms veel vaker.

Resultaten in percentages of aantallen

Alle patiënten die voor psychotische klachten worden verwezen naar het Zorgprogramma Psychosen hebben vaak langdurige of acuut ernstige klachten in het kader van een psychosegevoeligheid. Sommigen worden tijdelijk opgenomen in de kliniek, maar de meerderheid hoeft nooit opgenomen te worden. De laatste groep wordt ambulant/poliklinisch behandeld, meestal door een FACT team.

Bij 50% van de patiënten verdwijnen de psychotische symptomen, angst en somberheid helemaal. Bij 50% van de patiënten blijven één of meerdere restsymptomen bestaan. Als patiënten het behandelprogramma afmaken, goed voorgelicht zijn en medicatie blijven gebruiken, lukt het meer dan 80% van de patiënten om twee jaar of meer klachtenvrij te blijven. En bij patiënten met schizofrenie zal ongeveer 15-25% op termijn volledig herstellen.

 

Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

De kwaliteit van leven wordt jaarlijks gemeten met de MANSA en de Geluksvragenlijst. Over de hele doelgroep zijn patiënten redelijk gelukkig en geven hun leven een 6,6. Er zijn goede aanwijzingen dat patiënten gelukkig worden als er succesvolle behandeling plaatsvindt.

Met welk instrument gemeten

De kwaliteit van leven wordt gemeten met de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA). Dit gebeurt minimaal eenmaal per jaar en indien nodig vaker.

Relatie met de klinische effecten

Veel patiënten met psychotische klachten hebben ook depressieve verschijnselen. Als patiënten succesvol voor depressieve verschijnselen worden behandeld, neemt de kwaliteit van leven duidelijk toe. Daarnaast neemt de kwaliteit van leven toe als psychotische symptomen met succes worden behandeld. Ook het succesvol verminderen van bijwerkingen van medicatie (met name vervlakking van het gevoelsleven) leidt tot een toename van de kwaliteit van leven.

Beschrijving overige resultaten

Er is de afgelopen twintig jaar in de noordelijke regio sterk geïnvesteerd in de zorg voor patiënten met een psychotische stoornis. Uit onderzoek dat in 2015 is gepubliceerd blijkt dat daardoor veel meer patiënten het leven de moeite waard vinden (Castelein et al. 2015; Castelein et al. 2015; de Haan 2015).

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Er is uitgebreid regionaal onderzoek gedaan dat is opgestart vanuit het Zorgprogramma Psychosen (Castelein et al. 2015; Castelein et al. 2015; de Haan 2015).

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

In 2016 beoordeelde 82,5% van patiënten die in zorg was bij het Zorgprogramma Psychosen de kwaliteit van de ontvangen zorg met goed tot uitstekend.

Rapportcijfer conform CQ index

In 2016 beoordeelde 82,5% van patiënten die in zorg was bij het Zorgprogramma Psychosen de kwaliteit van de ontvangen zorg met goed tot uitstekend, wat overeen komt met een 8.5.

Naam
prof. dr.
S.
(Stynke)
Castelein
Specialisatie

Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
A.
(André)
Aleman
Specialisatie

Cognitieve neuropsychiatrie

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
S.
(Stynke)
Castelein
Specialisatie

Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen

Contactgegevens
Naam
dr.
H.
(Rikus)
Knegtering
Specialisatie

Biologische psychiatrie en psychotherapie

Contactgegevens
Naam
dr.
J.
(Jojanneke)
Bruin
Specialisatie

Metabool syndroom bij patiënten met een psychotische kwetsbaarheid

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Het Hospitality Project: Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar het effect van lotgenotencontact in de vorm van een eetclub, in combinatie met vaardigheidstraining 'on the spot'.

Verwachte einddatum
31-08-2020
Naam hoofdonderzoeker
Prof. dr. S. Castelein
Beschrijving onderzoek

TReatment-E-Assist (TREAT): TREAT is een applicatie die uitkomsten van ROM-Phamous koppelt aan behandeladviezen aan de hand van de multidisciplinaire richtlijn. TREAT kan behandelaren helpen om de uitkomsten van de ROM-Phamous screening te begrijpen en toe te passen in de behandeling. De verwachting is dat TREAT op lange termijn leidt tot meer gezamenlijke besluitvorming en dat zorg meer wordt aangeboden volgens de richtlijn. Het doel op lange termijn is een beter effect van de behandeling van individuele patiënten.

Verwachte einddatum
01-02-2021
Naam hoofdonderzoeker
Prof. dr. S. Castelein
Auteur(s)
Tasma M, Swart M, Wolters G, Liemburg EJ, Bruggemans R, Knegtering H, Castelein S.
Tijdschrift
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
Datum
2017
Auteur(s)
M. Tasma, E.J. Liemburg, H. Knegtering, P.A.E.G. Delespaul, A. Boonstra, S. Castelein
Tijdschrift
European Psychiatry
Datum
2017
Auteur(s)
Castelein S, Liemburg EJ, de Lange JS, van Es FD, Visser E, Aleman A, Bruggeman R, Knegtering H.
Tijdschrift
PLOS ONE
Datum
2015
Beschrijving

Lentis Publieksacademie over Psychosen.

Verwardheid, dingen zien of horen die er niet zijn en onlogisch denken worden wel psychosen genoemd. Wat begrijpen we ervan? Wat zijn huidige en toekomstige behandelmogelijkheden in de psychiatrie? Welke ontwikkelingen zijn er in de wetenschap en in de maatschappij? Dit zijn een aantal van de vragen die in de Publieksacademie aan de orde kwamen. De lezing is hier terug te zien.

Wetenschappelijke presentaties/lezingen:

  • De GGz: Springplank naar meer herstel?! Prof. dr. S. Castelein. Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). 07-04-2017, Maastricht.
  • Angst en psychosen. Dr. H. Knegtering. Tweedaagse Nascholing Psychosen Noord Nederland 2017, 09-03-2017, Oranjewoud.
  • Suicide revisited! Significant reduction of suicide rate over the last two decades: a replication study of a Dutch incidence cohort with recent onset psychosis. Prof. dr. S. Castelein. ENMESH Conference 2015, 01-10-2015, Málaga, Spanje.

Ervaring van patiënten/naasten

Een vrouw van 40 jaar gebruikt al jaren met succes depot (injectie) antipsychotica. Momenteel gebruikt ze de één maand-versie van paliperidon palmitaat. Ze vindt echter de maandelijkse injecties waarvoor ze moet komen onnodig stigmatiserend. Er wordt in het kader van wetenschappelijk onderzoek van het Zorgprogramma Psychosen aangeboden te starten met een driemaandelijks depot antipsychoticum (paliperidon palmitaat). Ze gebruikt die begin 2017 gedurende driekwart jaar. Ze is erg tevreden met het resultaat (wat betreft effect en bijwerkingen). Maar voornamelijk ervaart ze het als een sterke vermindering in ervaren stigma dat ze niet meer steeds naar de ggz-instelling hoeft om de injectie te krijgen.

Een man van 45 jaar, is gehuwd en heeft een dochter in de puberteit. Hij is ernstig psychotisch (in het kader van schizofrenie), weigert alle hulp en komt voortdurend in conflict met de hulpverlening. Er zijn seksuele problemen, problemen in de zelfzorg en problemen in alle sociale rollen. Daarnaast zijn er door hem niet onderkende ernstige bewegingsstoornissen in het gelaat. Bij het Zorgprogramma Psychosen vindt uitgebreide diagnostiek plaats en lukt het tot behandelafspraken te komen. Er wordt gestart met clozapine, uiteindelijk in zeer hoge doseringen, ondanks aanvankelijk extreme bijwerkingen. Na enige maanden ontstaat een sterke symptomatische verbetering en een goede samenwerking in het oppakken van zijn rollen als partner en ouder. Het drugsgebruik stopt en met succes wordt de schuldsanering afgesloten, wat het gezin in een veel betere sociale situatie brengt. De gemelde seksuele problemen blijken van gemengde oorsprong, medicamenteus, maar ook door psychotische belevingen ingegeven. Met aanvullende cognitieve gedragstherapie en medicatie gericht op seksueel functioneren, verbetert dit sterk. Recent is gestart met werkhervatting.

Back to top