Centrum Dubbele Problematiek (CDP)

Fivoor

De patiëntengroep binnen het CDP bestaat uit ernstig zieke patiënten, die zowel ernstige problemen hebben op het gebied van verslaving, als ernstige problemen op het gebied van psychiatrie. De patiënten hebben al meerdere jaren behandeling gehad binnen de ggz of de verslavingszorg.

Hoofd- en sublocatie

Mangostraat 5
2553 KS Den Haag

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
Beschrijving

De patiëntengroep binnen het CDP bestaat uit ernstig zieke patiënten, die zowel ernstige problemen hebben op het gebied van verslaving, als ernstige problemen op het gebied van psychiatrie. De patiënten hebben al meerdere jaren behandeling gehad binnen de ggz of de verslavingszorg.

Contra-indicaties

Patiënten die bekend zijn met ernstige agressie en/of antisociaal gedrag waarmee zij de behandeling (van zichzelf en/of anderen) verstoren, komen niet in aanmerking voor behandeling bij het CDP.  

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Alleen patiënten met een combinatie van een ernstige verslaving en een andere ernstige psychiatrische stoornis komen in aanmerking voor behandeling bij het CDP. Beide aandoeningen dienen dus in ernstige mate aanwezig te zijn. Patiënten kunnen enkel aangemeld worden door een ggz-behandelaar.

DSM V classificatie

De patiëntengroep van het CDP heeft diverse diagnoses. Alle patiënten hebben een ernstige psychiatrische stoornis (EPA), in combinatie met ernstige verslavingsproblematiek.

Waar bestaat de diagnostiek uit?

Diagnostiek op het CDP wordt zowel klinisch als ambulant uitgevoerd. Er kan psychiatrische diagnostiek en (neuro)psychologisch onderzoek plaatsvinden. Ook kan er specialistisch onderzoek worden gedaan naar autisme.
Klinische diagnostiek vindt plaats binnen het zorgpad diagnostiek, waarbij de opnameduur 8 weken is. Voor de duur van het ambulante traject wordt in overleg een tijdspad opgesteld.

Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

De diagnostiek op het CDP is onderscheidend van de reguliere zorg doordat er aandacht is voor de specifieke interactie tussen verslaving en de andere psychiatrische stoornissen. Daarnaast is de diagnostiek veel uitgebreider en neemt deze meer tijd in beslag dan in de reguliere zorg.  Regelmatig wordt de diagnostiek verricht tijdens een langere klinische opname. Hierdoor is het vooral mogelijk patiënten tijdens een periode van abstinentie te onderzoeken, hetgeen ambulant vaak niet haalbaar is bij ernstige verslavingsproblematiek. De diagnostiek wordt uitgevoerd door ervaren specialisten en diagnostici (klinisch (neuro)psycholoog, psychiaters, verpleegkundig team), daarnaast zijn er korte lijnen met andere specialismen (internist, neuroloog, klinisch geriater).

Hoe intensief is deze voor de patient?

Het CDP verricht de diagnostiek met name tijdens een klinische opname van circa 8 weken. Dit biedt de mogelijkheid abstinentie te realiseren, voldoende te kunnen observeren en daarbinnen psychiatrische en psychologische diagnostiek te verrichten. Een uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek neemt enkele dagdelen in beslag. Een psychiatrisch onderzoek neemt doorgaans een uur in beslag, aangevuld met observaties door het verpleegkundig team. Indien de diagnostiek ambulant plaatsvindt duurt dit traject gemiddeld 8 weken, waarbij een patiënt ongeveer 4 gesprekken heeft waarin o.a. psychologische testen worden afgenomen.

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?

Diagnostiek wordt gedaan door één of meerdere behandelaren:

  • Psychiaters
  • Klinisch neuropsycholoog
  • GZ psycholoog
  • Klinisch psycholoog
  • Psycholoog

Indien nodig wordt er gebruik gemaakt van een medisch specialist buiten de afdeling (internist, neuroloog, e.d.).

Vanwege de diverse DSM diagnoses van de patiëntengroep wordt er een uitgebreide hoeveelheid diagnostische instrumenten gebruikt.

Behandeling
Ambulant
Deeltijdbehandeling
Klinisch (gesloten)
Klinisch (open)
Beschrijving

Het CDP omvat 1 gesloten afdeling (9 bedden), 1 besloten afdeling (12 bedden), 1 open afdeling (7 bedden), een begeleid wonen locatie (7 bedden). De polikliniek omvat circa 100 patiënten. De dagbehandeling wordt bezocht door circa 45 patiënten.

Naam en beschrijving
Seeking Safety
Doelgroep

Patiënten met trauma- en verslavingsproblematiek.

Methodiek

Het is een vorm van behandeling van trauma- en verslavingsproblematiek. De behandeling bestaat uit 24 verschillende sessies welke wekelijks plaatsvinden. Elke sessie duurt anderhalf uur. De sessies kunnen zowel in een groep als individueel doorlopen worden. De kern van de behandeling richt zich op het hier en nu en op het aanleren van veilig gedrag. Het doel is om hierna traumabehandeling in te kunnen zetten.

Beoogde effecten

De traumaklachten nemen af en het middelengebruik stabiliseert of neemt ook af. De probleemoplossende vaardigheden van patiënten nemen toe.

Patiënten leren sneller hulp in te schakelen, leren veiliger en gezonder met zichzelf om te gaan en merken een afname van trauma-gerelateerde klachten. Patiënten worden over het algemeen stabieler en hun draagkracht neemt toe.

Effectiviteitsonderzoek

Op dit moment wordt een effectmeting opgezet met een drietal meetinstrumenten: de ZIL (zelfinventarisatielijst PTSS klachten), de SCL 90 (Symptoms Checklist als inventarisatie van psychische klachten) en de MATE (Meten van Addicties voor Triage en Evaluaties) teneinde middelengebruik vooraf en achteraf te meten).

Naam en beschrijving
Schematherapie bij dubbel diagnose
Doelgroep

Patiënten met een dubbele diagnose.

Methodiek

Binnen één behandeling wordt zowel het middelengebruik als de psychologische stoornis behandeld. Dit gebeurt door middel van de reguliere schematherapie interventies, waarbij het CDP zich expliciet richt op het drugs- en alcoholgebruik als manier om met emoties om te gaan alsmede op het doorbreken van andere ingesleten patronen.
In de groep zal met name met schemamodi gewerkt worden. Dit zijn toestanden (gevoelens, gedachtes, gedrag) waarin iemand kan verkeren indien een gevoelige snaar geraakt is. Deze gevoelige snaren zijn diep ingesleten patronen die vaak vroeg in het leven zijn ontwikkeld.

Beoogde effecten

Minder klachten, minder middelengebruik, betere emotieregulatie. Daarnaast zal de invloed van hechting, ouderschap en jeugdtrauma op het behandeleffect worden onderzocht.

Hoe intensief is deze voor de patiënt?

Patiënt moet bij aanvang, halverwege, aan het einde en na 6 en 12 maanden follow up vragenlijsten invullen.

Effectiviteitsonderzoek

Patiënten worden gerandomiseerd over twee behandelcondities: Groepsschematherapie van 30 weken (experimentele conditie) en Groep-CGT van 30 weken (controle conditie). Om de effectiviteit van behandeling te meten worden de volgende vragenlijsten op de hierboven genoemde meetmomenten afgenomen: Symptom Check List (SCL-90), Addiction Severity Index (ASI), Emotion Regulation Questionnaire (ERQ), Young Schema Questionnaire-Short Form (YSQ-SF), Schema Mode Inventory (SMI) en de Experiences in Close Relationships-Revised (ECR-R). Bij baseline worden verder de SCID-5, Childhood Trauma Questionnaire-Short Form (CTQ-SF), short-EMBU (Egna Minnen Beträffende Uppfostran; Swedish acronym for My Memories of Upbringing) and structured clinical interview for DSM-5 (SCID-V) afgenomen.

Uitstroomcriteria

Patiënten die niet meer voldoen aan een ernstige psychiatrische stoornis of aan ernstige verslavingsproblematiek worden terugverwezen naar de specialistische ggz of naar de verslavingszorg. Ook patiënten die zich jarenlang (langer dan 5 jaar) in de vooroverwegingsfase bevinden en bij wie geïntegreerde behandeling niet tot verbetering heeft geleid, worden terugverwezen naar de specialistische ggz (bijvoorbeeld wijkteams, forensische polikliniek, bemoeizorg) of de verslavingszorg.

Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

Patiënten stromen na behandeling op het CDP door naar begeleid wonen, worden terugverwezen naar wijkteams, forensische polikliniek of de verwijzende afdeling.

Is er een terugval aanbod?

Patiënten kunnen na ontslag op het CDP gebruik maken van de dagbehandeling of het poliklinische aanbod.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Patiënten waarvan:

  • CGI van 3 of lager is gedurende één jaar;
  • in het kwadrant van Minkoff psychiatrie laag vallen

of:

  • CGI-VZ van 3 of lager gedurende één jaar;
  • kwadrant van Minkoff verslaving laag
  • in de terugvalpreventiefase zitten gedurende één jaar
Percentage waar patiënten na hoeveel tijd uitstromen

De gemiddelde opnameduur op het CDP is 55,3 dagen. Het grootste gedeelte van de patiënten wordt terug verwezen naar de hoofdbehandelaar (de verwijzende afdeling). Vaak betreft dit een wijkteam of een forensische poli.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

Patiënten kunnen worden aangemeld voor een second opinion, via het aanmeldformulier.

Via het secretariaat kan er contact opgenomen worden met Arjen Neven of Annette Bonebakker voor verdere informatie over een second opinion.

Het CDP biedt twee mogelijkheden voor een second opinion: klinisch en ambulant. De klinische second opinion is een opname binnen het zorgpad diagnostiek, waarbij gedurende een klinische opname van 8 weken diagnostiek wordt uitgevoerd.
De ambulante second opinion bestaat uit 1 of meerdere gesprekken en een uitgewerkt advies.

Naam
drs.
A.
(Arjen)
Neven
Specialisatie

Medicamenteus behandelen van verslaving bij dubbele diagnose patiënten.

Contactgegevens

(088) 357 96 11 - A.Neven@fivoor.nl

Naam
dr.
A.E.
(Annette)
Bonebakker
Specialisatie

Neuropsychologische diagnostiek en het behandelen van autisme en dubbele diagnose.

Contactgegevens

(088) 357 96 11 - A.Bonebakker@fivoor.nl

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Consultatie en advies is te verkrijgen wanneer er sprake is van een stagnering in de behandeling binnen de verslavingszorg of de ggz of bij ingewikkelde casuïstiek.

Voor het aanvragen van een consultatie of advies kan een verwijzer direct contact opnemen met de boegbeelden Annette Bonebakker of Arjen Neven of via het secretariaat (088) 357 96 11.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

Het Centrum Dubbele Problematiek wil, door het aanbieden van geïntegreerde behandeling van verslaving en psychiatrie, haar patiënten helpen met hun complexe problematiek en eventuele psychosociale problemen. De methode die gebruikt wordt heet IDDT: integrated dual diagnoses treatment ofwel geïntegreerd behandelen van dubbele problematiek.

Middels het afnemen van de HoNOS en de Mansa, de CGI, CGI VZ en de GAF score aan het begin en aan het einde van de behandeling wordt in kaart gebracht wat het effect is van de behandeling.
Er wordt op dit moment een stageringsmodel ontwikkeld.

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

Gemiddeld verbetert de patiënt op verschillende leefgebieden, op het gebied van verslaving en op het algemeen functioneren in zijn geheel.

Bij 5% van de patiënten is er na ontslag geen sprake meer van een hoogspecialistische zorgvraag kijkende naar de globale klinische beoordeling bij opname en ontslag.

Bij 14% van de patiënten is er na ontslag geen sprake meer van een hoogspecialistische zorgvraag, kijkende naar de globale klinische beoordeling gericht op verslaving.
 

Hoe wordt dit gemeten?

Bij start van opname en bij ontslag wordt standaard de HoNOS afgenomen door een gespecialiseerd verpleegkundige. Dezelfde vragenlijst wordt ook bij ontslag afgenomen en de uitkomsten hiervan worden verzameld.
In de eerste week van opname wordt door de behandeld arts de CGI en CGI VZ ingevuld. Dit gebeurt ook bij ontslag.

Voor een hoogspecialistsiche zorgvraag moet er bij het CDP sprake zijn van een CGI en een CGI VZ score van 4 of hoger. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk, zoals gastplaatsingen van andere afdelingen, crisisopnames e.d.

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

In 2016 gaven de patiënten het CDP een 7,9 voor de gehele opname en voor de behandeling een 7,4.

Volgens onderzoek vindt er tijdens de behandeling een verbetering plaats op de volgende levensgebieden:

  • Hyperactief, agressief en destructief gedrag
  • Opzettelijke zelfverwonding
  • Problematisch alcohol- en drugsgebruik
  • Cognitieve problemen
  • Lichamelijke beperkingen
  • Hallucinaties en wanen
  • Depressieve stemming
  • Overige psychische problemen (gespannenheid, slaapproblemen, fobieën, ed)
  • Problemen met zelfzorg
  • Problemen met woonomstandigheden
  • Het innemen van de medicatie zoals voorgeschreven

Hierbij vindt de grootste verbetering plaats op het gebied van problematisch alcohol- en drugsgebruik.

Met welk instrument worden de effecten gemeten

De effecten van de behandeling worden gemeten door het afnemen van de volgende instrumenten:

  • CGI: dit meet de ernst van de psychiatrische klachten
  • CGI VZ: dit meet de ernst van de verslavingsproblematiek
  • GAF: dit meet het algeheel functioneren
  • HoNOS: dit meet de ernst van de problematiek op 15 verschillende levensgebieden
Met welke frequentie

Aan het begin en het einde van iedere opname wordt de CGI, CGI VZ en 2 ROM vragenlijsten afgenomen. Door deze uitkomsten met elkaar te vergelijken, wordt bepaald of de behandeling effectief was en op welke vlakken.

NB: soms was het niet mogelijk om de ROM vragenlijsten af te nemen aan het einde van de behandeling, omdat een patiënt ongepland met ontslag is gegaan.

Resultaten in percentages of aantallen

Op basis van de ingevulde de CGI bij opname en bij ontslag, is er bij 50% van de patiënten een verbetering merkbaar. 39% is gelijk gebleven en 11% is verslechterd.
Op basis van de ingevulde GCI VZ bij opname en bij ontslag, is er 54% van de patiënten verbetering merkbaar. 35% is gelijk gebleven en 11% is verslechterd.  
Volgens de GAF score bij opname en bij ontslag, kan geconcludeerd worden dat  bij 60% van de patiënten verbetering is tijdens behandeling. 32% is gelijk gebleven en 8% is verslechterd.
Uit de HoNOS komt naar voren dat er op 12 van de 15 items verbetering plaats vindt. De grootste verbetering is zichtbaar bij het problematische alcohol- of drugsgebruik, tussen opname en ontslag. In totaal vindt er op 12 items een significante verbetering plaats (items 1 t/m 8, 10 en 11, addendum item 1 en 3).

Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

Patiënten ervaren een verbetering op het algemeen functioneren, maar in het bijzonder op het gebied van verslaving. Dit draagt bij aan de kwaliteit van leven.

Met welk instrument gemeten

GAF en HoNOS

Beide instrumenten worden bij opname en ontslag afgenomen/bepaald.

Relatie met de klinische effecten

GAF score van de opgenomen patiënten bij het CDP is bij ontslag bij 60% verbeterd, bij 32% onveranderd en bij 8% verslechterd.
Uit de HoNOS komt naar voren dat er op 12 van de 15 items verbetering plaats vindt. De grootste verbetering zichtbaar is bij het problematische alcohol- of drugsgebruik. tussen opname en ontslag. In totaal vindt er op 12 items een significante verbetering plaats (items 1 t/m 8, 10 en 11, addendum item 1 en 3).

Zowel de GAF als de HoNOS worden bij opname en bij ontslag bepaald/afgenomen.

Beschrijving overige resultaten

Gemiddeld verbetert de patiënt op verschillende leefgebieden, op het gebied van verslaving en op het algemeen functioneren in zijn geheel.

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Door het afnemen van de HoNOS, bepalen GAF bij opname en ontslag.

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

Patiënten gaven in 2016 het CDP in zijn geheel een 7,9. Aan de behandeling gaven zij een 7,4.
Het CDP organiseert 3 keer per een familieavond. Dit is vaak gerelateerd aan een thema (zoals autisme, borderline persoonlijkheidsstoornis, zelfbeschadiging). Daarnaast is er ook een familie-ondersteuningsgroep. De familieavonden worden met een 8 gemiddeld beoordeeld.
Er wordt binnenkort (zomer 2017) een tevredenheidsmeting onder familie/betrokkenen gehouden.

Rapportcijfer conform CQ index

Op basis van de CQ index is de patiënten tevredenheid onderzocht. Patiënten geven het CDP in zijn geheel een 7,9. De inhoudelijke behandeling geven zij een 7,4.

Naam
prof. dr.
C.L.
(Niels)
Mulder
Specialisatie

Bijzondere leerstoel Openbare Geestelijke Gezondheidszorg.

Contactgegevens
Naam
dr.
A.E.
(Annette)
Bonebakker
Specialisatie

Neuropsychologische diagnostiek en het behandelen van autisme en dubbele diagnose.

Contactgegevens
Naam
dr.
H.
(Hella)
Schulte-Wefers
Specialisatie

Bipolaire stoornissen en licht verstandelijke beperking, beide gecombineerd met verslavingsproblematiek.

Contactgegevens
Naam
dr.
N.
(Nienke)
Kool-Goudzwaard
Specialisatie

Zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag, ook bij dubbele diagnose.

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Money for Medication: Wat is de effectiviteit van het aanbieden van financiële beloningen ter bevordering van de medicatietrouw voor antipsychotische depotmedicatie bij patiënten met een psychotische stoornis?

Verwachte einddatum
2018
Naam hoofdonderzoeker
Ernst Noordraven
Beschrijving onderzoek

Therapieresistentie: Onderzoek naar toepasbaarheid van NMT voor de dagelijkse praktijk en validering van het onderzoeksmodel NMT.

Verwachte einddatum
2021
Naam hoofdonderzoeker
Tony Bloemendaal
Auteur(s)
E. Noordraven, A. Wierdsma, P. Blanken, A. Bloemendaal, A. Staring, C. Mulder
Tijdschrift
Lancet Psychiatry
Datum
2017: 4, 199-207
Auteur(s)
E. L. Noordraven, A. I. Wierdsma, P. Blanken, A. F.T. Bloemendaal, C. L. Mulder
Tijdschrift
Neuropsychiatric Disease and Treatment
Datum
2016: 12, 269-274
Beschrijving

Het scholingsteam CDP

Het CDP heeft een actief scholingsteam, dat regelmatig training en scholing geeft over IDDT: geïntegreerde dubbele diagnosebehandeling. Dit bestaat uit gecombineerde aandacht voor (de interacties tussen) psychiatrische en verslavingsproblematiek vanuit één multidisciplinair team.

Wetenschappelijke presentaties/lezingen:

  • Symposium: new perspectives on the treatment of dual disorders: integrative care and contingency management in clinical practice. T. Bloemendaal, I. Jongeling, E. Noordraven. International Congress Dual Disorders. maart 2017, Madrid.
  • Presentatie: Money for Medication: a 12 month randomized controlled trial on the effectiveness of adherence to maintenance treatment with antipsychotic depot medication among patients with psychotic disorders. E. Noordraven. World Psychiatric Association: Psychiatry: Integrative care for the community. november 2016, Kaapstad.
  • Poster: Evaluation of seclusion in patients with severe dual disorders. A. Neven. European Congress on Violence in Clinical Psychiatry. oktober 2017, Dublin.

Ervaring van patiënten/naasten

Aan het begin van zijn behandeling bevindt Farid (38 jaar) zich in een overwegingsfase (Prochaska en Diclemente 1982) en staat hij ambivalent tegenover abstinentie van alcohol; later verandert dit, door motiverende gespreksvoering en toename van bewustwording van de negatieve effecten van middelen, in een besluit volledig te staken. In deze actiefase wordt gestart met disulfiram (als aversiemedicijn tegen alcohol) en naltrexon (als zuchtremmer). De eerder aanwezige antisociale persoonlijkheidstrekken worden geweten aan de gedragsproblemen onder invloed van alcohol. Buiten deze perioden zijn geen antisociale trekken aanwezig. Na verloop van tijd werpt het verworven vertrouwen in het behandelteam zijn vruchten af. Farid blijft gemotiveerd tot abstinentie en wil ook de benzodiazepine afbouwen, hetgeen grotendeels lukt. Na het vaststellen van diabetes mellitus wordt olanzapine omgezet in haloperidol. De psychotische klachten zijn, mede vanwege de abstinentie, in remissie. Onder metformine en het aanpassen van het voedingspatroon blijven de glucosewaarden stabiel. Tijdens de opname vindt behandeling plaats van PTSS, door middel van EMDR en gesprekken met een psycholoog. De EMDR wordt succesvol afgerond. Farid kan beter zijn grenzen bij medepatiënten aangeven als die hem drugs aanbieden en hij toont zelfinzicht. Uiteindelijk wordt Farid aangenomen bij een woonvoorziening met 24-uursbegeleiding. Het vooruitzicht op deze woonvoorziening in een veilige omgeving geeft Farid weer toekomstperspectief. Uit communicatie met Farid en de begeleide woonvorm, acht maanden na ontslag, blijkt dat Farid stabiel is gebleven wat betreft psychisch functioneren. De PTSS-klachten en het middelengebruik blijven in remissie.

Maurice, in de dertig, schizo-affectief, polymiddelengebruik, ADHD en bij vlagen acuut suïcidaal. Hij is inmiddels 6 jaar bij het CDP in zorg.

Jullie pakken alle problemen tegelijk aan, ik kan bij jullie vrijuit over mijn verslaving praten, ik kan altijd bij jullie terecht, bij jullie voel ik me veilig.

Back to top