GGZ Drenthe FPK

Forensisch Psychiatrische Kliniek

GGZ Drenthe

In de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) van GGZ Drenthe worden patiënten behandeld vanaf 18 jaar die vanuit ingewikkelde psychiatrische problemen strafbare feiten hebben gepleegd zoals brandstichting, agressie- of zedendelicten. Het gaat om mensen met complexe problemen op meerdere gebieden.

Hoofd- en sublocatie

Dennenweg 9
9404 LA Assen

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

In de FPK worden patiënten behandeld vanaf 18 jaar die vanuit ingewikkelde psychiatrische problemen strafbare feiten hebben gepleegd zoals brandstichting, agressie- of zedendelicten. Het gaat om mensen met complexe problemen op meerdere gebieden.

In de meeste gevallen is sprake van een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis, met ambulante behandeling, bemoeizorg of klinische opnames. Een groot deel van de patiënten is risicovol voor anderen gedurende behandeling, vanwege de ernst van hun problematiek. Risicomanagement en behandeling gaan hand in hand. Daarnaast hebben veel patiënten moeite motivatie voor behandeling op te brengen. Bestaande richtlijnen voor behandeling van de verschillende stoornissen schieten tekort en er is maatwerk nodig voor elke patiënt.

Contra-indicaties

Verstandelijke beperking (IQ < 70).

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Indicatiestelling gebeurt bij justitie (IFZ) of door een ambulante behandelaar in overleg met de kliniek. Dan gaat het met name om inschatting van risico's en behandelmogelijkheden in combinatie met aard van de titel. Daar is geen vast format voor. Dus selectie vindt dan ook plaats op basis van klinisch oordeel aan de hand van stukken en/of bij crisis op indicatie van gebleken agressie en gedragsproblemen in het verleden, waardoor een HIC niet mogelijk zou zijn.

DSM V classificatie

Binnen de FPK worden patiënten (jongvolwassenen, volwassenen, ouderen) behandeld die vanuit complexe psychiatrische problematiek grensoverschrijdend of delictgedrag vertonen. Het gaat hierbij onder meer om patiënten met psychotische kwetsbaarheid, persoonlijkheidsstoornis, seksuele controle stoornis en een autisme spectrum stoornis (ASS). Deze patiënten hebben strafbare feiten gepleegd zoals bijvoorbeeld  agressiedelicten, brandstichting en zedendelicten.

Waar bestaat de diagnostiek uit?

Diagnostiek vindt voor alle afdelingen - behalve het slaapcentrum - plaats in de eerste drie maanden van opname en bestaat uit:

  • Bestudering van alle beschikbare stukken over eerdere behandelingen en justitiële contacten.
  • Onderzoeksgesprekken met verschillende disciplines. Deze vinden, afhankelijk van de discipline, eenmalig tot wekelijks plaats gedurende de diagnostiekfase.
  • Observaties van gedrag op de afdeling.
  • Een lichamelijk onderzoek en oriënterend laboratoriumonderzoek.
  • Zo nodig aanvullend intelligentieonderzoek, persoonlijkheidsonderzoek of neuropsychologisch onderzoek. Het invullen van verschillende vragenlijsten betreffende klachten en symptomen.
  • Onderzoek naar het netwerk (familie, vrienden, etc.) van de patiënt.
Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

De diagnostiek is uitgebreider dan gewoonlijk doordat de patiënt door sociotherapeut, maatschappelijk werker/systeemtherapeut, vaktherapeut, onderwijs- en trajectbegeleider, psychiater en psycholoog wordt onderzocht.

Hoe intensief is deze voor de patient?

Van patiënten worden meerdere gesprekken met alle verschillende disciplines gevraagd, wekelijks. Daarnaast wordt aan patiënten gevraagd een aantal vragenlijsten voor de afdeling onderzoek in te vullen.

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?
  • Psychiaters verrichten eenmalig een psychiatrisch onderzoek, waarbij alle medicatie wordt geëvalueerd en somatische comorbiditeit in kaart wordt gebracht.
  • Verpleegkundigen nemen een verpleegkundige anamnese af, waarbij ook een signaleringsplan wordt gemaakt om crisis te voorkomen.
  • De behandelend psycholoog maakt met de patiënt een delictscenario en delictanalyse volgens de hiervoor geldende richtlijn delictanalyse (Kwaliteitsstatuut Forensische Zorg).
  • Een verpleegkundig specialist en/of huisarts verricht een lichamelijk onderzoek en oriënterend laboratoriumonderzoek.
  • Een maatschappelijk werker brengt de financiën, woonsituatie en sociale relaties in kaart.
  • Systemisch onderzoek wordt door een maatschappelijk werker of systeemtherapeut verricht
  • Aanvullend onderzoek wordt op indicatie verricht. Dat kan gaan om een uitgebreide verslavingsanamnese,  slaaponderzoek, neuropsychologisch onderzoek, intelligentieonderzoek door een psycholoog, psychodiagnostisch medewerker of slaapdeskundige.
Behandeling
Klinisch (gesloten)
Beschrijving

De Forensische Psychiatrie beschikt over een keten van verschillende beveiligingsniveaus. Van beveiligingsniveau 3 (FPK) tot forensisch beschermd wonen. De FPK heeft twee beveiligingsniveaus, te weten beveiligingsniveau 3 (hoog beveiligd/FPK) en beveiligingsniveau 2 (medium beveiligd/FPA).
Onderdeel van de FPK is het slaapcentrum, waar patiënten voor diagnostiek en behandeling van slaapstoornissen terecht kunnen.

Naam en beschrijving
Delict preventieve behandeling van brandstichters
Doelgroep

Daders van brandstichting

Methodiek

Bij ongeveer tien procent van de tbs-patiënten werd de maatregel opgelegd naar aanleiding van brandstichting. Op dit moment bestaat in Nederland geen gestandaardiseerd behandelprogramma dat specifiek gericht is op het verminderen van recidive bij psychisch gestoorde brandstichters. Kennis over effectieve behandeling van deze dadergroep is schaars. Uit onderzoek dat door de afdeling is gedaan naar typen brandstichters zijn drie typen brandstichters onderscheiden. Uitgaande van de gevonden driedeling in brandstichters is een behandelprogramma voor de onderscheiden typen brandstichters geschreven.

Verschillende risicotaxatie-instrumenten, zoals de HKT-30-R en de START worden afgenomen. Om de bevindingen van de behandeling te objectiveren, wordt gebruik gemaakt van enkele specifiek op brandstichters toegesneden vragenlijsten. Naast de specifieke vuur gerelateerde vragenlijsten worden vragenlijsten over persoonlijk functioneren en kwaliteit van leven afgenomen zowel vóór als na de behandeling.

 

Beoogde effecten

Verbetering in de mogelijke omgang met frustratie en met vuur en daardoor verbetering van de kwaliteit van leven, minder prikkelbaarheid en impulsiviteit en delictpreventie.

Naast het meer kunnen profiteren van de forensisch psychiatrische behandeling, kan deze aanpak ook leiden tot een betere emotieregulatie en agressiecontrole.

Effectiviteitsonderzoek

Er vindt onderzoek plaats bij een onderzoeksgroep van minimaal N=20. De eerste resultaten m.b.t. effectiviteit van deze behandeling worden in 2020 verwacht.

Naam en beschrijving
Richtlijnontwikkeling voor de behandeling van chronische insomnie bij patiënten opgenomen in forensische afdelingen
Doelgroep

Langdurig opgenomen patiënten met complexe psychiatrische problematiek.

Methodiek

Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) is in de algemene geneeskunde een effectieve behandeling, ook op de lange termijn. Het standaard CGT-I protocol kan echter vaak niet 1-op-1 worden toegepast bij patiënten uit de forensische ggz, omdat bij hen over het algemeen sprake is van complexe psychiatrische problematiek, polyfarmacie en een beperkte bewegingsvrijheid. Het bestaande CGT-I protocol is aangepast voor deze specifieke populatie (CGT-I-for). De interventie bestaat uit 7-10 wekelijkse sessies van 1 uur. 

Beoogde effecten

Chronische insomnie heeft een negatieve invloed op het dagelijks functioneren en het beloop van psychiatrische stoornissen. Uit eigen onderzoek kwam naar voren dat rond de 20% van de forensisch psychiatrische patiënten lijdt aan chronische insomnie. Bij deze patiëntenpopulatie blijkt de ernst van insomnie geassocieerd te zijn met een hogere mate van impulsiviteit en agressiviteit. Een goede behandeling van insomnie kan juist voor deze patiëntengroep van belang zijn: naast het meer kunnen profiteren van de forensische behandeling, kan het ook direct bijdragen aan een betere
emotieregulatie en agressiecontrole.

Effectiviteitsonderzoek

De FPK-Assen is, in samenwerking met de Dr. H. van der Hoevenkliniek (Utrecht), FPC Pompestichting (Nijmegen), FPC de Rooyse Wissel (Oostrum) en FPC de Oostvaarderskliniek (Almere), gestart met een onderzoek naar de prevalentie van slaapstoornissen, inclusief chronische insomnie, en belangrijke factoren die insomnie veroorzaken en onderhouden (gedragsmatig, cognitief, leefomstandigheden, psychofarmaca).

Ter bevordering van het herstel onderzoekt de FPK in een multicenter studie m.b.v. vragenlijsten en dossierinformatie welk percentage van de klinisch forensische patiënten lijdt aan chronische insomnie en welke factoren (gedragsmatig, cognitief, leefomstandigheden, psychofarmaca en psychopathologie) een grote rol spelen bij het ontstaan en in stand houden ervan. Op basis van deze informatie wordt het CGT-I-for protocol ontwikkeld. Het protocol zal aanvankelijk in 2 klinieken worden geïmplementeerd en aan de hand van korte interviews en slaapvragenlijsten ingevuld aan het begin en aan het einde van de behandeling en na een follow-up periode van 3 maanden zal de effectiviteit op korte en langere termijn worden geëvalueerd.

Uitstroomcriteria

De belangrijkste risicofactoren zijn behandeld en afgenomen. Voldoende risicomanagement toegepast en uitgezet voor de toekomst. Stoornissen zijn behandeld of wel voldoende gestabiliseerd. De behandeling wordt elke 3-4 maanden geëvalueerd aan de hand van een risicotaxatie-instrument en in een multidisciplinaire behandelplanbespreking (behandelteam en externen zoals b.v. reclassering). Hiervoor worden verschillende gevalideerde risicotaxatie instrumenten gebruikt, afhankelijk van de aard van de problematiek.

Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

Patiënten worden verwezen naar verschillende vervolgsettingen waaronder:

  • een lager beveiligingsniveau binnen de FPK: van beveiligingsniveau 3 naar 2 of naar forensisch beschermd wonen.
  • poliklinische behandeling (AFPN) of het forensisch ACT team.
  • justitiële instellingen (hoger of lager beveiligingsniveau).
  • andere instellingen (GGZ / RIBW).
Is er een terugval aanbod?

Er is een terugval aanbod: de kliniek biedt patiënten na de klinische behandeling de mogelijkheid tot een crisispreventieve opname. Patiënten krijgen in dit geval een crisiskaart welke wordt beheerd door de polikliniek of het Forensisch ACT-team. De patiënt kan op eigen verzoek een aantal dagen worden opgenomen ter voorkoming van crisis (delictpreventie).

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

HKT-R en/of de START en/of SSA (Static, Stable en Acute) bij zeden. Daarnaast is er nog een aantal stoornisspecifieke instrumenten die toegepast kunnen worden, zoals: PANNS, HONOS-fd, SIPP, MATE, PCL-R.
Op basis van de ernst en aanwezigheid van delictrisicofactoren -in samenhang met beschermende factoren- wordt een inschatting gemaakt van de mogelijkheden om door te stromen naar een meer open setting, een ambulant vervolgtraject of afsluiting van behandeling.

Percentage waar patiënten na hoeveel tijd uitstromen

Van de 154 uitgestroomde patiënten is:

  • 12% uitgestroomd naar de eigen polikliniek (AFPN) of het forensisch ACT team.
  • 36% naar justitiële instellingen elders in het land.
  • 31% is uitgestroomd naar andere instellingen (GGZ / AWBZ).
  • 21% uitgestroomd naar eigen woonruimte.

Totale behandelduur tot uitstroom is gemiddeld 635 dagen, waarvan gemiddeld 501 dagen binnen beveiligingsniveau 3 en gemiddeld 135 dagen binnen beveiligingsniveau 2.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

Een second opinion kan telefonisch of per mail aangevraagd worden via het FAIC (Forensisch Aanmeld- en Informatie Centrum. Tel. (059) 233 46 26 of mail: aanmeldingenfpk@ggzdrenthe.nl. Overleg (telefonisch of per mail) met de opnamecoördinator of een terzake deskundig behandelaar is mogelijk.
Voor second opinions inzake ernstige slaapproblematiek kan aanmelding plaatsvinden via het Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen, tel. (059) 233 46 79 of per mail: slaapcentrum@ggzdrenthe.nl. Overleg (telefonisch of per mail) met één van de medewerkers van het Slaapcentrum is mogelijk.

Second opinions worden vaak uitgevoerd op verzoek van de afdeling Indicatiestelling Forensische Psychiatrie van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Behandelaars treden regelmatig ter rechtzitting op als getuige-deskundige. Behandelaars van GGZ Drenthe vragen om second opinions bij o.a. vastgelopen behandelingen. De betreffende patiënt wordt dan tijdelijk opgenomen binnen de Forensisch Psychiatrische Crisisunit (FPCu).

Naam
drs.
K.N.A.
(Karel)
't Lam
Specialisatie

Specialisaties: START, MBT, zeden, brandstichting, postdoctorale opleiding en training (START).

Contactgegevens

(0592) 33 46 87 - karel.t.lam@ggzdrenthe.nl

Naam
Prof. dr.
M.
(Marike)
Lancel
Specialisatie

Somnologie, onderzoek op het gebied van de wisselwerking tussen slaap en psychiatrische problematiek, het aanpassen van slaapbehandelingen aan psychiatrische populaties, onderzoek op het gebied van forensische psychiatrie, onder meer vrouwen in de forensische settingen.
 

 

Contactgegevens

(0592) 33 46 54 – marike.lancel@ggzdrenthe.nl

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

De FPK voert veelvuldig consultaties uit voor verschillende partijen, zoals collega-instellingen, (jeugd)reclassering,verslavingszorg, huisartsen, rechtbanken, etc. Consultatie en advies kan bijvoorbeeld gevraagd worden bij:

  • de invulling/haalbaarheid van de op te leggen voorwaarden;
  • behandelingen die zijn vastgelopen;
  • ernstige slaapproblematiek;
  • specifiek voor langdurige separaties vindt consultatie plaats volgens afgesloten overeenkomsten met andere FPKs.

Consultatie wordt uitgevoerd door individuele forensisch deskundige behandelaars en specialisten van het slaapcentrum van de FPK.

Aanvragen voor consultatie of advies kunnen zowel per mail (forensischepsychiatrie@ggzdrenthe.nl) als telefonisch (0592 – 334600) gesteld worden.
Advies op locatie of via een skypeconsult is mogelijk. Er is geen specifiek spreekuur voor consultatie of advies.
Aanvragen voor consultatie of advies inzake ernstige slaapproblematiek kan via het Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen, tel. 0592 - 33 46 79 of per mail: slaapcentrum@ggzdrenthe.nl

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

Het belangrijkste doel van de FPK is het verminderen en voorkomen van delicten bij patiënten met complexe psychiatrische problematiek.

Het behandelaanbod op de FPK is onder te verdelen in een specifiek forensisch aanbod (o.a. delictdiagnostiek, risicotaxatie, delict-groepen, een
zorgprogramma zeden en brandstichters, het maken van delictpreventiesignaleringsplannen, vaktherapie) en een aanbod gericht op vermindering van
delictrisicofactoren vanuit specifieke stoornissen. Dit laatste aanbod is breed en omvat behandeling voor ontwikkelingsstoornissen, verslaving,
persoonlijkheidsstoornissen, psychotische stoornissen. Daarnaast wordt middels de individuele rehabilitatie benadering ondersteuning geboden bij resocialisatie en worden patiënten ondersteund in alle praktische zaken rond resocialisatie.

De doelstellingen worden gemeten aan de hand van veranderingen in risicotaxatie, (vermindering van) incidenten, terugval in delictgedrag. De instrumenten die hiervoor worden ingezet zijn de Honos, HKT-R, START en SSA (Static Stable and Acute) voor zeden.

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

In 2015 zijn in totaal 154 patiënten met ontslag gegaan. Van deze 154 patiënten is er bij 101 patiënten sprake van verbetering van het ziektebeeld en vermindering van het delictrisico waardoor afschaling naar een lager beveiligingsniveau mogelijk werd (66%).

Uitstroom heeft plaatsgevonden naar:
  3 FPA (Forensisch Psychiatrische Afdeling)
36 Patiënten naar andere klinische setting binnen GGZ Drenthe
  3 GGZ elders
  8 AWBZ-instelling
19 Ambulante behandeling
32 Huis

Hoe wordt dit gemeten?

Risico's worden gemeten met de HKT, de START en SSA worden gebruikt in specifieke gevallen.

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod
  • Vermindering van crisis/crisisgevoeligheid.
  • Aantoonbare vermindering van delictgedrag/delictrisico.
  • Verbetering van kwaliteit van leven.
  • Beter leren omgaan met problemen en stress.
  • Vermindering van psychiatrische symptomen.
Met welk instrument worden de effecten gemeten

De risicotaxatie instrumenten die worden gebruikt op de FPK zijn:

  • HKT-R (Historisch Klinisch Toekomst - Revisie) bij alle patiënten bij opname en jaarlijks,
  • SSA (Static, Stable en Acute) bij zedendelinquenten, de Static bij opname, de Stable bij opname en jaarlijks en de Acute bij risicovolle situaties,
  • START (Short Term Assessment of Risk and Treatability) bij alle patiënten iedere vier maanden. De uitkomsten van de START worden met name gebruikt voor het bepalen en uitwerken van de behandeldoelen.

 

Resultaten in percentages of aantallen

Van de HKT-R zijn de uitkomsten kwantitatief weergegeven. De gemiddelde (n=78) totaalscore op de HKT-R bij binnenkomst is 67.58 (sd = 17.39).
Bij de vervolgmeting (een jaar later) is de gemiddelde totaalscore 62.69 (sd=17.58; Cohen’s d = .35). Dit is een significant, maar klein behandeleffect. Dit betreft echter een gemiddelde totaalscore over alle patiënten en alle risicofactoren. Wanneer we specifieke risico-groepen onderzoeken (per risicofactor de patiënten met een itemscore ≥2 selecteren) blijken de scores op alle risicofactoren (K- en T-items) significant af te nemen in het eerste jaar van de behandeling. Uit de Cohen’s d blijkt dat er voor alle risicofactoren een behandeleffect wordt gevonden gedurende het eerste jaar van de behandeling. De effecten variëren van een klein effect, bijvoorbeeld r=.40 bij copingvaardigheden, tot een groot effect, zoals r=.80 bij sociaal netwerk en r=.82 bij psychotische symptomen. Bij de gemeten effectgrootte dient men in aanmerking te nemen dat het hier gaat om een groep complexe, vaak chronische patiënten.Zie onderstaande tabel.

Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

De kwaliteit van leven verbetert door:

  • vermindering van problemen met justitie, waaronder minder detenties en boetes
  • betere relaties met anderen, zoals: partners, kinderen en andere familieleden of vrienden
  • toeleiding naar de meest passende woonvoorzieningen of vervolgzorg
  • hulp bij financiële problemen, waaronder het treffen van regelingen om schulden op te lossen en hulp bij het aanvragen van uitkeringen
  • minder belemmeringen in het dagelijks leven door vermindering van psychische klachten en slaapproblemen
  • hulp bij het vinden van passende dagbesteding en/werk
Met welk instrument gemeten

Kwaliteit van leven wordt gemeten met de MANSA  (Manchester Kwaliteit van Leven Vragenlijst). Deze wordt afgenomen bij de patiënten die deelnemen aan het behandeleffect onderzoek (dus niet bij alle patiënten). Jaarlijks zullen deze resultaten besproken worden met het multidisciplinaire team.

Met welke frequentie

Jaarlijks

Relatie met de klinische effecten

De MANSA wordt sinds 2017 gebruikt. Hierdoor is het niet mogelijk op dit moment een relatie te leggen met de klinische effecten. De verwachting is dat over ongeveer een jaar, wanneer er meer data is verzameld, de uitkomsten van de MANSA naast de klinische effecten gelegd kunnen worden.

Beschrijving overige resultaten

In 2016 hebben 75 patiënten deelgenomen aan de stimuleringsregeling werkgelegenheid van het ESF. Voor al deze patiënten is zinvolle dagbesteding gericht op arbeidsreïntegratie geregeld. Het gaat hierbij om activiteiten zoals facilitaire ondersteuning, tuinonderhoud, schilderwerk en een aantal externe stagewerkzaamheden.

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Deze gegevens worden voor het ESF (in een format van het ESF) bijgehouden.

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

Jaarlijks vindt er in overleg met de cliëntenraad een patiënttevredenheidsonderzoek plaats op alle afdelingen. De resultaten van dit onderzoek worden zowel binnen de cliëntenraad als op de verschillende afdelingen besproken. De uitkomst van het patiënttevredenheidsonderzoek wordt omgezet naar een verbeterplan. In 2016 was de respons op het patiënttevredenheidsonderzoek 52%.

Het gemiddelde aanbevelingscijfer van het patiënttevredenheidsonderzoek daterend van mei 2017 voor de totale FPK is 6,2. Het gemiddelde cijfer behandeling voor de totale FPK is 6,7. Dit is een verbetering van 0,5 t.o.v. 2016. Opvallende positieve punten: aanwezig mogen zijn op de behandelplanbespreking; medicatiebeleid en uitleg; deskundigheid behandelaren; betrokkenheid bij afspraken maken over de behandeling. Opvallende verbeterpunten: meer aanwezigheid begeleiding op de afdeling; aandacht voor seksualiteit en intimiteit; meer mogelijkheden van ontspanning en onderwijs; meer betrokkenheid gewenst van naasten.

Rapportcijfer conform CQ index
Gemiddelde score  
Informatie 2,60
Inspraak 2,54
Bejegening 2,92
Resultaat 3,01
Veiligheid 2,63

 

 

 

 

Minimale score = 1, maximale score = 4

Naam
prof. dr.
F.
(Frans)
Koenraadt
Specialisatie

De forensisch gedragskundige aspecten van de zorgprogrammering, diagnostiek en research, fataal huiselijk geweld en brandstichting.

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
M.
(Marike)
Lancel
Specialisatie

Somnologie, onderzoek op het gebied van de wisselwerking tussen slaap en psychiatrische problematiek, het aanpassen van slaapbehandelingen aan psychiatrische populaties, onderzoek op het gebied van forensische psychiatrie, onder meer vrouwen in de forensische settingen.
 

 

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
M.
(Marike)
Lancel
Specialisatie

Psychofysioloog en somnoloog, slaapdeskundige.

Contactgegevens
Naam
dr.
G.J.
(Gretha)
Boersma
Specialisatie

Neuro-endocrinologie, psychofysiologie, en stress
 

 

Contactgegevens
Naam
dr.
J.
(Julie)
Karsten
Specialisatie

Slaap, angst, persoonlijkheidsstoornissen, epidemiologie, depressie, dagelijks functioneren.

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Onderzocht wordt wat het verband is tussen slechte slaap, impulsiviteit en agressiviteit. Ook wordt gekeken naar de invloed van slechte slaap op het verloop van de behandeling.

Verwachte einddatum
2021
Naam hoofdonderzoeker
Maaike van Veen, psychiater / epidemioloog i.o
Beschrijving onderzoek

Implementatie van de behandeling van onderscheiden typen brandstichters in de forensische psychiatrie. Doel is implementatie en evaluatie van een reeds opgesteld behandelingsprogramma toegespitst op verschillende typen brandstichters.

Verwachte einddatum
31-12-2018
Naam hoofdonderzoeker
Prof.dr. Frans Koenraadt
Auteur(s)
L. Dalhuisen, K. 't Lam, F. Koenraadt en L. Hagenauw
Tijdschrift
Wolf Legal Publishers, Oisterwijk
Datum
2016
Auteur(s)
J. Karsten, V. de Vogel, M. Lancel
Tijdschrift
Psychology, Crime & Law 22: 224-237
Datum
2016
Auteur(s)
J. Kamphuis
Tijdschrift
Proefschrift succesvol verdedigd op 27-3-2017 Rijksuniversiteit Groningen
Datum
2017
Beschrijving

Iedere 2 jaar wordt een tweedaags symposium georganiseerd, waarvan ook boeken worden uitgebracht.

  • 2015 symposium Gestoorde slaap: een onschuldig probleem?
  • 2017 symposium Internet en social media: een complexe realiteit in strafrechtspleging en forensische psychiatrie.

Landelijk worden cursussen verzorgd over de toepassing van START, de werkwijze van de slaapkliniek en de aanpak van brandstichters

Wetenschappelijke presentaties/lezingen:

  • Onderzoek naar brandstichters. F. Koenraadt en L. Dalhuisen. Werkgroep "Samenwerking bij brandonderzoek": convenant politie, brandweer en verzekeringswezen. 12 januari 2017, Den Haag - Ypenburg.
  • Impact van slechte slaap op emotieregulatie. J. Kamphuis. Voorjaarscongres NVvP.  5-7 april 2017 Maastricht.
  • Poor sleep is a risk factor for impulsive and aggressive behavior. How to tackle it? M. Lancel en M. van Veen. 10th European Congress on Violence in Clinical Psychiatry. 26-28 oktober 2017 Dublin.
EmailTwitterLinkedIn

Ervaring van patiënten/naasten

Ervaringsverhaal brandstichting

Luci is 43 jaar oud en woont in Rotterdam. Zij woont samen met haar vriend Jan. Jan heeft zelf twee eigen kinderen uit een eerdere relatie die in een pleeggezin zijn ondergebracht. Luci heeft momenteel een uitkering, nadat zij bij haar laatste werkgever als gevolg van boventalligheid weg moest. Luci's moeder is al jong overleden als gevolg van een overdosis. Met haar vader- die haar als kind mishandelde – heeft zij af en toe contact. De laatste tijd heeft Luci steeds vaker ruzie met Jan. Ze vindt dat hij te weinig aandacht aan haar schenkt en tijdens cafébezoeken loopt hij te flirten met andere vrouwen. Luci gaat steeds meer drinken door de spanningen met Jan. Op aandringen van haar tante zoekt ze hulp voor haar alcoholproblemen.

Ervaringsverhaal agressiedelict

Jamal is negentien jaar. Hij heeft geen gelukkige jeugd gehad. Zijn vader sloeg hem vaak en zijn moeder deed net of ze het niet zag. Op zijn vijftiende besloot Jamal om te stoppen met school. Hij hangt dagelijks met zijn vrienden wat rond in het winkelcentrum en hij heeft geen plannen voor de toekomst.
Jamal voelt zich altijd heel druk in zijn hoofd. Toen hij veertien jaar was begon hij met blowen. Als hij blowde, voelde hij zich eindelijk ontspannen. Jamal gaat regelmatig naar housefeesten en komt daar in aanraking met coke en speed. Hij merkt dat deze drugs zorgen voor rust in zijn hoofd. Hij vergeet even alles om zich heen en dat vindt hij heerlijk! Maar door de drugs weet hij niet altijd wat hij doet. Tijdens het stappen komt Jamal regelmatig terecht in vechtpartijen. Jamal vindt dat sommige mensen hem verkeerd aankijken en dan móet hij die persoon gewoon slaan. Ook thuis gaat het wel eens mis. Hij slaat zijn moeder en zusje als hij zijn zin niet krijgt. Jamal heeft steeds vaker behoefde aan coke en speed. Maar drugs kosten geld en dat heeft hij niet. Op een dag besluiten Jamal en zijn vrienden om een benzinestation te overvallen. Het loopt flink uit de hand: ze gebruiken een mes en de medewerker van het benzinestation raakt gewond.

Back to top