GGZ Rivierduinen Leiden

GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula

GGZ Rivierduinen

Eetstoornissen Ursula is gespecialiseerd in de behandeling en diagnostiek van eetstoornissen: van eetproblemen en beginnende eetstoornissen tot ernstige en/of complexe eetstoornissen. De behandeling wordt geboden aan alle leeftijden en geslachten. GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula onderscheidt zich van andere centra voor eetstoornissen omdat de problematiek van eetstoornissen en andere psychiatrische stoornissen in één programma behandeld worden.

Hoofd- en sublocatie

Sandifortdreef 19
2333ZZ Leiden

Leeftijdscategorie
0-12 jaar
13-18 jaar
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

Eetstoornissen Ursula is gespecialiseerd in de behandeling en diagnostiek van eetstoornissen: van eetproblemen en beginnende eetstoornissen tot ernstige en/of complexe eetstoornissen. De behandeling wordt geboden aan alle leeftijden en geslachten. GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula onderscheidt zich van andere centra voor eetstoornissen omdat de problematiek van eetstoornissen en andere psychiatrische stoornissen in één programma behandeld worden.

Contra-indicaties

Somatische conditie die verblijf in algemeen ziekenhuis noodzakelijk maakt.

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Alle patiënten met eetproblemen of eetstoornissen kunnen zich melden voor diagnostiek en behandeling. Via een (online) vragenlijst vindt een eerste screening plaats. Na het intakegesprek, en eventueel aanvullend onderzoek, wordt in overleg met patiënt en en zijn of haar systeem een behandelaanbod gedaan. Wanneer Ursula geen passende zorg kan bieden, dan wordt de patiënt gericht verwezen.

DSM V classificatie

De belangrijkste psychiatrische eetstoornissen zijn de eetbuistoornis, boulimia nervosa en anorexia nervosa. Tevens is er aandacht in de behandeling voor comorbide klachten en symptomen zoals depressie, angst, obsessieve-compulsieve symptomen, autisme en trauma. Ook de somatische diagnostiek en behandeling wordt geboden.

Waar bestaat de diagnostiek uit?

Het intakegesprek wordt gevoerd met een arts of psycholoog. Het doel van het gesprek is om meer inzicht te krijgen in de aard en de ernst van de problemen en van de hulpvraag. Soms is een tweede gesprek nodig. Naast dit intakegesprek zal op indicatie een arts de algemene lichamelijke conditie onderzoeken en kijken of er sprake is van lichamelijke klachten ten gevolge van de eetstoornis. Van te voren vult de patiënt een vragenlijst in over de lichamelijke conditie. Tijdens het onderzoek vraagt de arts naar ziekten die de patiënt vanaf de babytijd heeft gehad. De arts vraagt ook naar ziekten die in de familie voorkomen. Daarnaast komen de huidige klachten en gewoonten ter sprake. Tot slot vindt een algemeen lichamelijk onderzoek plaats (bloeddruk, gewicht, lengte, luisteren naar hart en longen).

Tot en met 19 jaar is de intake voor thuiswonende jongeren iets uitgebreider. De ouders worden ook uitgenodigd deel te nemen aan het intakegesprek. De intake bestaat naast bovengenoemde onderdelen ook uit een aanvullend gesprek met de ouders over de ontwikkeling van hun kind en uit een gesprek met ouders en jongere samen.

Alle gegevens uit de intake worden in een team van deskundigen besproken, waaronder een psychiater, psychotherapeuten, artsen en psychologen. Aan de hand van de hulpvraag wordt een voorstel gedaan of en welke behandeling passend kan zijn. Dit wordt in een adviesgesprek besproken met de patiënt (eventueel samen met partner, gezin of ouders). Tijdens dit adviesgesprek is het de bedoeling tot een gezamenlijk en gedeeld idee te komen over de inhoud van de behandeling. Huisarts en/of behandelaar wordt op de hoogte gebracht van het resultaat van deze gesprekken. Samen met de behandelaar (en voor thuiswonende jongeren tot en met 19 jaar, de ouders) stelt de patiënt vervolgens behandeldoelen vast, die in een persoonlijk behandelplan worden vastgelegd. Op basis van dit plan neemt de patiënt daarna deel aan de behandeling die het best past bij zijn of haar doelen. De behandeling wordt regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Behandeling
Ambulant
Deeltijdbehandeling
Klinisch (open)
Beschrijving

De behandeling bij Eetstoornissen Ursula kan poliklinisch, in deeltijd- en klinisch (29 bedden) plaatsvinden. Bovendien wordt E-health aangeboden.

Naam en beschrijving
Cognitieve Remediatie Therapie (CRT)
Doelgroep

Patiënten met een eetstoornis of eetprobleem.

Methodiek

Patiënten krijgen de eerste 6 weken van hun opname 10 groepssessies. In CRT staan drie stappen centraal: 1) het doen van simpele oefeningen (training van cognitieve vaardigheden), 2) het reflecteren op en het bewust worden van de gebruikte denkstrategieën (metacognitie), en 3) het vertalen van deze strategieën naar het dagelijks leven (implementatie).

Beoogde effecten

Het doel van Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) is om verbeteringen in het dagelijks functioneren teweeg te brengen door het versterken en verbeteren van neurocognitieve processen. Mensen met een eetstoornis hebben vaak kwetsbaarheden in het neurocognitief functioneren en met name in hun cognitieve flexibiliteit en planningsvaardigheden. De inhoud van hun denken is niet alleen star maar ook de manier waarop zij denken blijkt vaak rigide. CRT gaat niet over wat patiënten denken, maar hoe zij denken.

CRT lijkt een veel belovende nieuwe behandeling die de effectiviteit van andere (vervolg) behandelingen positief kan beïnvloeden. Een bijkomend voordeel van CRT is dat deze vorm van therapie door veel mensen als plezierig ervaren wordt. De taakjes zijn vaak leuk om te doen en wat misschien nog wel belangrijker is: er wordt niet gesproken over eten of het gewicht.

Effectiviteitsonderzoek

GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula en Altrecht Eetstoornissen Rintveld hebben samen een gerandomiseerde gecontroleerde studie opgezet naar de effectiviteit van CRT. Dat betekent dat mensen door het lot werden toegewezen aan ofwel de CRT-groep of wel de controle groep. In dit onderzoek kregen 42 patiënten die waren opgenomen in de kliniek, 10 sessies CRT in de eerste 6 weken van de opname. De andere 42 patiënten die ook in de kliniek behandeld werden kregen dat niet en zaten dus in de controle groep. Er werd o.a. onderzocht of CRT veranderingen in neuropsychologisch functioneren, eetstoornispsychopathologie, depressie- en angstklachten, kwaliteit van leven en motivatie voor behandeling te weeg bracht. Aan het begin van de behandeling en na 6 weken werd er een aantal vragenlijsten afgenomen en werden er neuropsychologische taken uitgevoerd. Na 6 maanden werd dit nog eens herhaald om te kijken of het effect van de CRT nog steeds zichtbaar was.

Het bleek dat de patiënten die CRT hadden gekregen naast de standaardbehandeling na een half jaar minder eetstoornis klachten (EDE globale score) rapporteerden dan patiënten die alleen de standaard behandeling hadden gekregen. Op de korte termijn (na 6 weken) bleken mensen die naast de standaardbehandeling ook CRT hadden gekregen, meer verbeterd te zijn in het dagelijks functioneren dan mensen die alleen de standaardbehandeling hadden gekregen. De eerste groep had minder last van de eetstoornis symptomen in het dagelijks leven. Tenslotte blijkt dat mensen die meer moeite hebben met het switchen tussen verschillende taken (set-shifting) meer baat hadden bij CRT dan mensen die daar geen moeite mee hadden.

In middels is er een tweede gecontroleerde behandelstudie uitgevoerd bij mensen met Anorexia Nervosa of Obsessieve Compulsieve Stoornis. In deze studie is het effect van CRT vergeleken met het effect van een andere therapie: specialistische aandachtstherapie (SAT).

Naam en beschrijving
Featback
Doelgroep

Patiënten (vanaf 16 jaar) met een eetprobleem of eetstoornis in de maatschappij.

Methodiek

Deze behandeling duurt 8 weken.

Featback bestaat uit psycho-educatie en een volledig geautomatiseerd monitorings- en feedback systeem. Dit laatste houdt in dat deelnemers wekelijks een online monitoringsvragenlijst ontvangen met daarin 8 multiple-choice vragen over 4 gebieden: 1) lichaamsontevredenheid, 2) piekeren over gewicht en lichaamsvorm, 3) eetpatronen en lijnen en 4) eetbuien en compensatiegedrag. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen deelnemers via een geautomatiseerd systeem een feedbackbericht dat passend is bij de klachten die zij rapporteren. Per gebied wordt er gekeken hoe gezond of ongezond de klachten zijn en of de klachten eventueel verbeterd of verslechterd zijn ten opzichte van de week ervoor. De feedback is ondersteunend en biedt tips en handvatten om met eetproblemen om te gaan.

Beoogde effecten

Het doel van de interventie is het verminderen van de eetstoornis symptomen en het verlagen van de drempel naar zoeken van gepaste hulp/behandeling.

Door de inzet van Featback krijgt iemand meer inzicht in zijn/haar (eet)problemen. Featback bevordert zelfmanagement en helpt in het vinden van de juiste hulp en ondersteuning.

Effectiviteitsonderzoek

De effectiviteit van Featback is onderzocht in een gecontroleerde gerandomiseerde trail. Om deel te kunnen nemen aan de studie moest men 16 jaar of ouder zijn en eetstoornissymptomen rapporteren. De deelnemers werden op willekeurige wijze toegewezen aan 1 van de 4 onderzoekscondities: 1) Featback, 2) Featback met de mogelijkheid om laagintensieve (één keer per week) ondersteuning van een psycholoog te ontvangen per e-mail, chat of Skype, 3) Featback met de mogelijkheid om hoogintensieve (drie keer per week) ondersteuning van een psycholoog te ontvangen per e-mail, chat of Skype en 4) een wachtlijst. Deelnemers in alle studiecondities waren vrij om deel te nemen aan interventies of behandelingen anders dan Featback. Zeven psychologen werden getraind in het online hulpverlenen. Online vragenlijsten werden afgenomen bij aanvang van de studie, na de interventieperiode (8 weken) en 3 en 6 maanden na het afronden van de interventieperiode (follow-up).  Deelnemers in de wachtlijstconditie werden niet meer gemeten op de 6-maanden follow-up. Zij kregen Featback met laagintensieve psychologische ondersteuning aangeboden na de 3-maanden follow-up. Deelnemers die Featback met of zonder psycholoog hadden ontvangen lieten na de interventieperiode een grotere afname zien in symptomen van boulimia nervosa, perseveratief denken (piekeren en rumineren) en de mate van angst en depressie in vergelijking met deelnemers die op de wachtlijst waren geplaatst. In de drie maanden na de interventieperiode lieten de Featback deelnemers tevens een grotere afname zien in symptomen van angst en depressie en eetstoornisgerelateerde kwaliteit van leven. Er werd geen afname in symptomen van anorexia nervosa gevonden. De bevindingen suggereren dat Featback met en zonder psychologische ondersteuning met name nuttig lijkt te zijn in het verminderen van milde tot matige klachten van boulimia nervosa. Voor ernstige symptomen van anorexia nervosa lijkt Featback zonder psychologische ondersteuning minder geschikt. De resultaten lieten tevens zien dat alle 3 de Featback strategieën (zonder of met laag- of hoogintensieve psychologische ondersteuning) een hogere kans hebben om kosteneffectief te zijn ten opzichte van de wachtlijst. Een budget impact analyse concludeerde dat de implementatie van Featback met en zonder ondersteuning zou kunnen leiden tot een kostenreductie:  het aanbieden van Featback aan 5.000 mensen kan leiden tot een reductie van 2 miljoen euro in zorgkosten.

Uitstroomcriteria

De behandeling van eetstoornissen is vaak een langdurig proces. Naast symptomatisch herstel is het beklijven en generaliseren van de bereikte verbetering (en daarmee het voorkomen van terugval) belangrijk. De belangrijkste uitstroom criteria zijn (1) geen hulpvraag meer specifiek gericht op de eetstoornis (indien er nog een hulpvraag is voor een co-morbide klacht wordt, indien gewenst, hiervoor specifiek verwezen), (2) geen hulpaanbod meer beschikbaar hebben binnen de Ursula.

Is er een terugval aanbod?

Wij bieden een groepsaanbod gericht op Herstelbehoud. Daarnaast zijn op maat individuele trajecten mogelijk.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Aan het einde van de behandeling worden verschillende vragenlijsten  een afgenomen, waaronder een patiënttevredenheidsmeting.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?

Wanneer een zorgverlener op patiënt behoefte heeft aan second-opinion onderzoek, dan kan contact opgenomen worden met het Portaal van GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula om te overleggen over de te nemen stappen.

Het Portaal is bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 13.00 uur via telefoonnummer 071 890 33 40 en per email info.eetstoornissen@rivierduinen.nl.

Naam
prof. dr.
E.F.
(Eric)
van Furth
Specialisatie

Klinisch psycholoog/psychotherapeut, gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van complexe eetstoornissen, epidemiologie, klinische trials, psychologische experimenteel onderzoek, genetica, ROM, e-health

Contactgegevens

(06) 50 83 10 77

e.vanfurth@rivierduinen.nl

Naam
dr.
A.E.
(Alexandra)
Dingemans
Specialisatie

Senior onderzoeker

Contactgegevens
Naam
Drs.
S.J.
(Saskia)
Vermeulen
Specialisatie

Klinisch psycholoog/psychotherapeut, gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van kinderen en jeugdigen eetstoornissen

Contactgegevens
Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Eetstoornissen Ursula geeft veel adviezen en consultaties. Vragen zijn afkomstig van een breed palet aan ggz-professionals (vrijgevestigden en instellingen), huisartsen en ziekenhuizen. Vragen komen binnen via het telefonisch spreekuur. Dit spreekuur wordt bemenst door professionals en ervaringsdeskundigen.
Het Portaal is bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 13.00 uur via telefoonnummer 071 890 33 40 en per email info.eetstoornissen@rivierduinen.nl.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

De doelstelling van behandeling verschilt per patiënt.

 

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

In het algemeen valt op te merken dat bij 50% van de patiënten na 78 maanden een vermindering van 50% van de eetstoornissymptomatologie en/of een score binnen de gezonde range, te zien is.

Hoe wordt dit gemeten?

Dit is vast gesteld met behulp van de ROM-gegevens die regelmatig worden afgenomen.

Periode: januari 2013- maart 2016

Aantal: De gerapporteerde resultaten zijn gebaseerd op de metigingen van 460 patiënten (anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis en eetstoornis NAO) in de periode (2013-2016) die tenminste 2 metingen hadden ingevuld.

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

Het effect van de behandeling wordt bepaald door de ernst van de eetstoornis te meten.

Met welk instrument worden de effecten gemeten

De uitkomstmaat is de ernst van de eetstoornis wordt gemeten met de Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q).

Met welke frequentie

Patiënten worden elke drie maanden (sinds 2017) gevraagd een aantal vragenlijsten in te vullen in het kader van de Routine Outcome Monitoring (ROM). Tot en met 2016 werd de ROM elke 6 maanden afgenomen.

Resultaten in percentages of aantallen

Van de patiënten die gemiddelde eetstoornis symptomen rapporteerden bij aanvang  van de behandeling (midden 45<T<55), was bijna 50% hersteld en 10% verbeterd na een half jaar behandeling wat betreft de eetstoornis symptomen. Dat betekent dat hun scores niet meer verschilden van gezonde mensen uit de bevolking. Dit blijkt voor mensen met ernstige symptomen bij aanvang (T>55) respectievelijk 25% en 40% te zijn. Van patiënten die bij aanvang relatief milde eetstoornis symptomen rapporteerden (laag T<45), was er in 83% van de gevallen geen verandering te zien in het eerste half jaar wat betreft ernst van de eetstoornispsychopathologie. Van alle drie de groepen was er maar een klein percentage dat significant verslechterde tijdens de behandeling (respectievelijk 9%, 8% en 2%).

Beschrijving resultaten zorgaanbod op kwaliteit van leven

Patiënten van Eetstoornissen Ursula hebben gemiddeld een hogere kwaliteit van leven na afloop van de behandeling.

Met welk instrument gemeten

Short-form 36 (SF36)

Met welke frequentie

Er wortdt om de 3 maanden een ROM meting gedaan.

Relatie met de klinische effecten

De patiënten die bij aanvang van de behandeling een hogere kwaliteit van leven rapporteerden, hadden meer kans om een vermindering van 50% van de eetstoornispsychopathologie te behalen. Patiënten die aangaven dat ze erg beperkt waren in hun sociaal functioneren door hun problemen hadden meer moeite om te verbeteren. Mensen die minder problemen in hun sociaal functioneren ervoeren, verbeterden vaker.

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

Er is een grote verscheidenheid in de ervaring en waardering patiënten en naasten die bij Eetstoornissen Ursula behandeld worden. Gemiddeld geven zij het rapportcijfer 7,4 (gebaseerd op 1883 patiënten in 2016).

Rapportcijfer conform CQ index

Op een schaal van 1-10:
Rapportcijfer 7,4

Op een schaal van 0-4:
Bejegening 3,5
Bereikbaarheid 2,6
Informatie over behandeling 2,9
Keuzemogelijkheden 2,4
Vervulling hulpwensen 1,8

Naam
prof. dr.
E.F.
Eric
van Furth
Specialisatie

Klinisch psycholoog, gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van complexe eetstoornissen, epidemiologie, klinische trials, psychologische experimenteel onderzoek, genetica, ROM, e-health

Contactgegevens
Naam
dr.
A.E.
Alexandra
Dingemans
Specialisatie

Klinische trials, psychologisch experimenteel onderzoek, ROM, e-health, BED, methoden en technieken

Contactgegevens
Naam
dr.
M.T.C.
Rita
Slof-Op 't Land
Specialisatie

Genetica, tweelingen, voeding, microbioom, methoden en statistiek

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Veel mensen met eetstoornissen krijgen geen optimale zorg onder andere door schaamte en het niet tijdig herkennen en erkennen van de problemen. De inzet van E-health en ervaringsdeskundigheid kan de tijd tussen het begin van de problemen en het zoeken van hulp verkorten. Daarnaast kan het leiden tot een kortere behandelduur en terugval helpen voorkomen. Hulp via internet is laagdrempelig en dankzij de inzet van ervaringsdeskundigen wordt de zelfredzaamheid en de eigen motivatie om te veranderen vergroot. Het aanbod van online hulp is groot, maar goed onderzoek naar de effectiviteit is schaars. Uit onze eerdere studie bleek dat het geautomatiseerd monitorings- en feedbackprogramma Featback (kosten-)effectiever is dan een wachtlijst. In deze nieuwe studie (ZonMw subsidie) wil de afdeling 1) de (kosten-) effectiviteit van de online interventie Featback; en 2) online ondersteuning door ervaringsdeskundigen onderzoeken en 3) nagaan voor wie welke vorm van zorg het beste en meest passend is.

Verwachte einddatum
01-12-2022
Naam hoofdonderzoeker
Pieter Rohrbach
Auteur(s)
Dingemans, A.E., van Son, G.E., Aardoom, J.J., Bruidegom, K., Slof-Op’t Landt, M.C.T., & van Furth, E.F.
Tijdschrift
International Journal of Eating Disorders, 49, 863-873.
Datum
01-09-2016
Auteur(s)
Furth, E.F. van, Meer, A. van der & Cowan, K.
Tijdschrift
Lancet Psychiatry
Datum
01-08-2016
Auteur(s)
Aardoom, J.J., Dingemans, A.E., Fokkema, M., Spinhoven, P., & van Furth E.F.
Tijdschrift
Behaviour, Research and Therapy, 89, 66-74
Datum
12-02-2017
Beschrijving

Halve minor Kinder en Jeugdpsychiatrie

Een week met onderwijs over eetstoornissen.

Titel presentatie
Executief functioneren als voorspeller van behandelresultaat bij patiënten met een eetbuistoornis
Naam professional
dr. A.E. Dingemans
Datum
04-05-2017
Naam en plaats congres
VJC NVvP
EmailTwitterLinkedIn

Ervaring van patiënten/naasten

E. en haar ouders vertelden over de meergezinsdagbehandeling (MGDB) die zij als gezin in een groep met andere gezinnen ontvangen hebben. E. voelde zich goed begrepen; het was goed om in de groep met leeftijdgenoten te zijn; de therapeuten dachten niet in vaste patronen en ieders rol in het gezin werd onder de loep genomen. Haar moeder voelde zich ook goed begrepen door de therapeut en ontdekte dat haar eetstoornis ook een angststoornis is. Haar vader gaf aan het vakmanschap en de academische sfeer op de afdeling te waarderen.

Back to top