Polikliniek Angst en Dwang

GGZ inGeest

De afdeling is gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van volwassenen vanaf 18 jaar met ernstige, complexe en therapie resistente angst-, dwang- en posttraumatische stressstoornissen.

Hoofd- en sublocatie

Amstelveenseweg 589
1081 JC Amsterdam

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

De afdeling behandelt mensen vanaf 18 jaar met ernstige, complexe en therapie-resistente:

  • Paniekstoornis
  • Agorafobie
  • Sociale fobie
  • Specifieke fobie
  • Gegeneraliseerde Angststoornis
  • Obsessieve-compulsieve stoornis
  • Posttraumatische Stressstoornis
Contra-indicaties
  • Drugs- of alcoholverslaving
  • Relatief lichte angststoornis waarvan verwacht kan worden dat die ook in de Basis- dan wel specialistische GGZ behandeld kan worden.
Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Bij aanmelding ontvangt de patiënt een digitale vragenlijst die thuis ingevuld kan worden. Op basis daarvan wordt gekeken of de patiënt het beste bij de Polikliniek Angst en Dwang terecht kan. De uitslag hiervan wordt telefonisch teruggekoppeld. Daarna ontvangt de patiënt een uitnodiging voor een intakegesprek op de afdeling.

Indicaties:

  • Zorglijn Angst- en dwangstoornissen biedt specialistische en hoogspecialistische diagnostiek en behandeling. Onderscheid tussen specialistische en hoogspecialistsiche ggz zorg voor patiënten wordt gemaakt op basis van de Decision Tool Angststoornissen.
  • Patiënten met de volgende DSM-V diagnoses kunnen verwezen worden:
    • Sociale fobie
    • Paniekstoornis
    • Agorafobie
    • Gegeneraliseerde-angststoornis
    • Separatieangststoornis
    • Obsessieve-compulsieve stoornis
    • Morfodysfore stoornis
    • Verzamelstoornis
    • Trichotillomanie
    • Posttraumatische-stressstoornis
Waar bestaat de diagnostiek uit?

Na screening met een digitale vragenlijst ontvangt de patiënt een uitnodiging voor een intakegesprek op de afdeling.
De intake duurt in totaal ongeveer 2 – 2.5 uur en bestaat uit:

  • Invullen vragenlijsten over de klachten (15 minuten)
  • Gesprek met intaker (1 uur)
  • Adviesgesprek (30 minuten)
Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

De diagnostiek is intensiever dan gebruikelijk. Niet alleen wordt ingegaan op het klachtenpatroon van de patiënt, het beloop van de klachten, maar ook op eerder ingestelde behandelingen en hun effectiviteit. De intakeprocedure binnen de Polikliniek Angst- en Dwangstoornissen bestaat uit:

  • AD(H)D onderzoek
  • ASS onderzoek (autismeteam)
  • Persoonlijkheidsonderzoek
  • Psychiatrisch onderzoek
  • Lichamelijk onderzoek
  • Genetisch onderzoek (alleen in het kader van wetenschappelijk onderzoek)

Getracht wordt in één consult van meer uren een diagnose te stellen en een behandelaanbod te doen. Soms zijn meer sessies nodig of is laboratoriumonderzoek aangewezen.Op basis van de behandelrichtlijnen wordt een behandelaanbod op maat gemaakt voor de betreffende patiënt, waarbij diens eigen doelen worden betrokken en de doelen van de naasten.

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?

Bij de Centrale Voordeur wordt gebruik gemaakt van Telescreen, een digitale vragenlijst die de klachten al globaal in kaart brengt.
 

Behandeling
Ambulant
Deeltijdbehandeling
Thuisbehandeling
Beschrijving

De Polikliniek Angst- en Dwangstoornissen is gespecialiseerd in de behandeling van patiënten bij wie eerdere behandeling niet geslaagd is. Ook als er sprake is van een of meer angststoornissen samen met andere psychische stoornissen (comorbiditeit), zoals bijvoorbeeld een depressie.

De Polikliniek Angst- en Dwangstoornissen heeft een poliklinisch en een deeltijdbehandelaanbod. Een klein deel van het behandelaanbod vindt in de thuissituatie plaats. De polikliniek biedt:

  • Individuele- of groepsbehandeling
  • Medicamenteuze behandeling
  • Intensieve behandeling in de vorm van een kortdurend (2 weken) intensief behandelprogramma of deeltijdbehandeling
  • Nieuwe behandelingen op het gebied van angst- en dwangstoornissen
Naam en beschrijving
Intensief Exposure Project (IEP)
Doelgroep

Patiënten met een obsessieve compulsieve stoornis waarbij reguliere cognitieve gedragstherapie onvoldoende effect had.

Methodiek

Gedurende twee weken intensieve exposure handeling in de thuissituatie, onder begeleiding van een therapeut. In de behandeling wordt aandacht besteed aan partner en familieleden, en aan dagbesteding.

Beoogde effecten

Er zijn aanwijzingen dat meer intensieve behandeling beter werkt dan minder intensieve exposure. Onderzocht wordt daarom of deze korte, intensieve behandeling dwangklachten vermindert. Tevens wordt de kwaliteit van leven onderzocht en de mate van tevredenheid van patiënten. Ook wordt geëvalueerd of de manier van omgaan met dwangklachten door familieleden verandert, en of familieleden een verandering in kwaliteit van leven bemerken.Verwacht wordt dat in korte tijd een groter effect wordt bereikt bij mensen met een ernstige obsessieve-compulsieve stoornis.

Effectiviteitsonderzoek

Deze behandeling wordt wetenschappelijk geëvalueerd. De resultaten zijn nog niet bekend.

Naam en beschrijving
Inference-Based Approach
Doelgroep

Voor patiënten met een obsessieve compulsieve stoornis ‘met gering inzicht’ bij wie reguliere cognitieve gedragstherapie onvoldoende effect heeft opgeleverd.

Methodiek

Een vorm van cognitieve therapie, waarbij de patiënt met dwangklachten beter leert op zijn zintuigen te vertrouwen als hij twijfelt over situaties die zich voordoen in het kader van de obsessieve-compulsieve stoornis.

Beoogde effecten

Vermindering van de ernst van de dwangklachten en verbetering van de mate van inzicht.

Hoe intensief is deze voor de patiënt?

De behandeling duurt 20 weken, waarbij de patiënt wekelijks op de polikliniek komt.

Effectiviteitsonderzoek

Behandeleffecten worden met de SQ-48 gemeten. Bij de 3-daagse deeltijd worden er ook schemavragenlijsten afgenomen.

Er is een studie over de vergelijking IBA en CGT verschenen. Het effect van IBA was even groot als dat van CGT.
Visser HA, van Megen H, van Oppen P, Eikelenboom M, Hoogendorn AW, Kaarsemaker M, van Balkom AJ. Inference-Based Approach versus Cognitive Behavioral Therapy in the Treatment of Obsessive-Compulsive Disorder with Poor Insight: A 24-Session Randomized Controlled Trial. Psychother Psychosom. 2015; 84: 284-93. doi: 10.1159/000382131.

Uitstroomcriteria
  • Geen klachten meer
  • Substantiële klachtenafname, resterende klachten zijn acceptabel voor patiënt
  • Onvoldoende motivatie, blijkend uit niet komen of geen huiswerk maken
  • Klinische opname nodig
  • Behandeldoel is bestendigen van huidige resultaat, voorkomen van terugval, of begeleiding bij chronische klachten
Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

Er zijn diverse uitstroommogelijkheden:

  • na ontslag (evt na enkele follow-up sessies) zijn huisarts en evetueel POH-GGZ aanspreekpunt
  • andere zorglijn binnen GGZ inGeest als er tevens andere psychiatrische problematiek aanwezig is
  • andere instelling, bijv buiten de regio omdat klinische opname geïndiceerd is
  • FACT zorg voor begeleiding bij langdurige ernstige klachten
  • chronische basis GGZ
Is er een terugval aanbod?

Bij het afsluiten van iedere behandeling wordt aan terugvalpreventie aandacht geschonken. Er wordt een terugvalpreventieplan gemaakt en de behandelend arts/psychiater bespreekt het beleid voor de medicatie op de langere termijn.

Momenteel wordt onderzoek gedaan naar begeleide zelfhulp gericht op terugvalpreventie dat plaats vindt bij de POH in de huisartsenpraktijk. Patiënten die uitstromen bij GGZ inGeest kunnen deelnemen aan dit onderzoek als de eigen huisarts en POH hieraan (willen) deelnemen.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Met diverse meetinstrumenten, in ieder geval de SQ-48, een lijst voor mensen met angst- en depressieklachten.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?
  • Als een patiënt een second opinion bij de afdeling wil laten doen moet de behandelend psychiater, psycholoog of huisarts hiervoor verwijzen. De aanvraag voor een second opinion gebeurt altijd schriftelijk, eventueel na een mondeling vooroverleg met de behandelend arts. Als de huisarts de verwijzer is zal de patiënt ook gevraagd worden om de wens voor een second opinion eerst met de huidige behandelaar te bespreken. Eventueel kan de huisarts ook overleggen met de huidige behandelaar.
  • Bij de aanvraag voor een second opinion hoort een vraagstelling (van de behandelaar of van de patiënt, of beiden), een weergave van de huidige stand van zaken in de behandeling, en waar mogelijk meezenden van eerdere relevante correspondentie.
  • De patiënt ontvangt een uitnodiging zodra alle informatie binnen is.
  • De patiënt wordt uitdrukkelijk gevraagd om een naastbetrokkene mee te nemen, zodat er ook vragen aan de naastbetrokkene gesteld kunnen worden en je e.e.a nog eens kan nabespreken.
Bijzonderheden

Contactpersoon Polikliniek angst- & dwangstoornissen:
prof. dr. A. (Ton) van Balkom, psychiater
T (020) 788 55 55

Naam
prof. dr.
A.J.L.M.
(Ton)
van Balkom
Specialisatie

Psychiater/hoogleraar, expert op het gebied van diagnostiek, comorbiditeit en behandeling angst- en stemmingsstoornissen en richtlijnontwikkeling en -implementatie van deze richtlijnen. Tevens is hij bestuurslid van de Angst Dwang Fobie stichting.

 

Contactgegevens

(020) 788 45 49 - t.vanbalkom@ggzingeest.nl

Naam
prof. dr.
G.
(Gerben)
Meijnen
Specialisatie

Psychiater/hoogleraar en expert op het gebied van psychiatrische stoornissen en de vrije wil.

Contactgegevens

(020) 788 50 00 - g.meynen@ggzingeest.nl

Naam
dr.
N.M.
(Neeltje)
Batelaan
Specialisatie

Psychiater, expert op het gebied van lange termijn beloop van angst- en dwangstoornissen en de behandeling van complexe angststoornissen en terugvalpreventie.

Contactgegevens

(020) 788 50 00 - n.batelaan@ggzingeest.nl

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Verwijzers kunnen voor consultatie en advies terecht bij de Polikliniek Angst- en Dwangstoornissen (020) 788 55 55.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

De afdeling heeft tot doel de lange termijn prognose van patiënten met angst- en dwangstoornissen te verbeteren. Hoewel er een aantal effectieve behandelingen is ontwikkeld, zoals medicatie en psychotherapie, zijn deze behandelingen vaak alleen effectief op korte termijn. Er zijn veel mensen die terugvallen in angst en dwangstoornissen. De afdeling wil behandelaanbod ontwikkelen om het behandeleffect bij patiënten met angst- en dwangstoornissen duurzamer te maken. Er wordt daarvoor ook onderzoek gedaan naar de oorzaken van terugval op de lange termijn.

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

Het percentage patiënten dat na de behandeling is hersteld of een verbetering heeft doorgemaakt is 59%.

Hoe wordt dit gemeten?

Het doel van het zorgaanbod is klinisch significante verbetering van de angstklachten dan wel herstel. Dit is gemeten door de percentages herstel en verbetering  te berekenen op de BSI en de SQ-48 en deze bij elkaar op te tellen.

BSI:

  • de totaalscore is het gemiddelde van alle 53 itemscores (0-4);
  • afkappunt BSI totaalscore is:  t/m 0.68 is gezond, >0.68 is ongezond;
  • betrouwbare verandering is 0.35  (dus een afname tussen begin- en eindmeting van minimaal 0.35).

SQ-48:

  • de totaalscore over 37 items is  max 148.
  • afkappunt SQ-48 totaalscore is: t/m 42 is gezond, >42 is ongezond
  • betrouwbare verandering is 14.4  (dus een afname tussen begin-en eindmeting van minimaal 14).
Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

Het percentage patiënten dat herstelde was 34%, 25% verbeterde, 37% bleef ongeveer gelijk en 5% verslechterde ondanks behandeling.
De delta T was 11.47  (95% BI 9.28 - 13.66), een groter behandelresultaat dan het landelijk gemiddelde (9.72 , 95% BI 9.57 - 9.86).

Met welk instrument worden de effecten gemeten

Met diverse meetinstrumenten, in ieder geval de SQ-48, een veel gebruikte vragenlijst voor mensen met angst- en depressieklachten.

Met welke frequentie

In ieder geval jaarlijks, maar vaak ook bij evaluatiemomenten, om te bezien of beoogde behandeldoelen gehaald zijn en of het beleid moet worden aangepast.

Beschrijving overige resultaten

Suïcidaliteit:
Het percentage cliënten dat tamelijk tot heel veel gedachten aan zelfmoord heeft neemt met ruim een derde af tijdens de behandeling (van 4,1% bij de start tot 2,7% bij het einde van de behandeling).

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Item 9 van de BSI betreft de mate waarin een cliënt gedachten aan zelfmoord heeft. De score hierop loopt van 0 t/m 4. Gekeken is naar het percentage cliënten dat hoog scoort. Dat wil zeggen, cliënten die aangeven  tamelijk veel gedachten of heel veel gedachten aan zelfmoord te hebben (score 3 of 4).

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

Het rapportcijfer dat cliënten gaven voor de behandeling was een 7,5.

Op de volgende thema's werd als volgt gescoord (schaal van 1-7, hoe hoger de score, hoe tevredener de patiënten zijn):

Bejegening 5,6
Verandering klachten 5,3
Vervulling hulpwensen 5,1
Informatie over behandeling 4,9
Bereikbaarheid 4,8
Afronding behandeling 4,8
Informatie over medicatie 4,3
Keuzemogelijkheden 4,2
Rapportcijfer conform CQ index

De CQi geeft een rapportcijfer over de behandeling en geeft een score over 9 verschillende thema's.
Het rapportcijfer loopt van 1-10 en is gebaseerd op het oordeel van 71 cliënten. De score op de thema’s loopt van 1-7 en is gebaseerd op het oordeel van 74 cliënten. Hoe hoger de score, hoe meer tevreden cliënten zijn.

Naam
prof. dr.
A.J.L.M.
(Ton)
van Balkom
Specialisatie

Psychiater

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
G.
(Gerben)
Meynen
Specialisatie

Psychiater

Contactgegevens
Naam
dr.
W.
(Willemijn)
Scholten
Specialisatie

Psychotherapeut

Contactgegevens
Naam
dr.
G.
(Gerthe)
Veen
Specialisatie

Psychiater

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Kwaliteit van leven en therapie-resistentie bij de obsessieve-compulsieve stoornis.
Promotie-onderzoek Afdeling Psychiatrie VU-Medisch Centrum, Amsterdam.

Verwachte einddatum
2019
Naam hoofdonderzoeker
drs. Karin Remmerswaal
Auteur(s)
Scholten WD, Batelaan MN, Penninx BWJH, van Balkom AJLM, Smit JH, Schoevers RA, van Oppen P
Tijdschrift
J Affective Disord
Datum
2016; 195: 185–190.
Auteur(s)
Remmerswaal KCP, Batelaan NM, Smit JH, van Oppen P, van Balkom AJLM
Tijdschrift
Journal of Obsessive-Compulsive and Related Disorders
Datum
2016; 11: 56-62.
Auteur(s)
Bosman RC, Huijbregts KM, Verhaak PF, Ruhé HG, van Marwijk HW, van Balkom AJ, Batelaan NM.
Tijdschrift
British Journal of General Practice
Datum
2016; 66 (651):e708-19
Beschrijving
  1. De Polikliniek Angst- en Dwangstoornissen geeft op maat bij- en nascholingsmiddagen voor huisartsen en GGZ medewerkers.
  2. Medewerkers van de polikliniek zijn betrokken bij Revisie Richtlijnen, Effectiviteit behandelingen, Implementatie Richtlijnen, Zorgstandaard Angst en Dwang, Therapie-resistentie, Beleid ten aanzien van lange termijn gebruik van antidepressiva.
  3. Cursusformat met casuïstiek
Titel presentatie
Beleid ten aanzin van het langdurig gebruik van antidepressiva bij angststoornissen.
Naam professional
Dr. N.M. Batelaan, Drs. R. Bosman, Drs. W. Scholten en Prof. dr. A.J.L.M. van Balkom
Datum
April 2017
Naam en plaats congres
Voorjaarscongres NVVP, MECC Maastricht

Ervaring van patiënten/naasten

Een jonge vrouw van 19 jaar werd doorverwezen na een vastgelopen behandeling. Hoofddiagnose gegeneraliseerde angststoornis, daarnaast obsessieve compulsieve stoornis gedeeltelijk in remissie en paniekstoornis met agorafobie gedeeltelijk in remissie. Lichamelijke comorbiditeit: schildklierafwijking.
Zij werd bij GGz inGeest behandeld met blended cognitieve gedragstherapie (onderdeel van wetenschappelijk onderzoek) gericht op GAS, medicatie sertraline 50mg stabiel gehouden. Evaluatie patiënte na 14 sessies (7 online en 7 face-to-face):
1) Hoe tevreden bent u over de wijze waarop uw behandelaar de behandeling heeft gegeven? 10
2) Wat ging goed? E-health fijn om mee te werken. Communiceren, snel reactie. Doelen gemaakt, altijd besproken/geëvalueerd.
3) Wat kon beter? nvt.

Citaat uit online behandeling: Ik kon in mijn hoofd geen enkele reden bedenken waarom piekeren toch positief kon zijn van mij. Toen ik eenmaal aan het typen was werd mij toch opeens duidelijk dat ik toch altijd op zoek ben naar de ergste en engste scenario's om altijd een soort van voorbereid te zijn.
 

Back to top