GGz inGeest Polikliniek Depressie

Polikliniek Depressie

GGZ inGeest

De Polikliniek Depressie behandelt volwassenen met een depressie bij wie de klachten langdurig bestaan en complex zijn, bijvoorbeeld doordat er ook andere psychische aandoeningen of lichamelijke ziekten meespelen. Ook mensen bij wie eerdere behandeling binnen een specialistische ggz onvoldoende effect had kunnen bij de afdeling terecht.  

Hoofd- en sublocatie

Amstelveenseweg 589
1081 JC Amsterdam

Telefoon

Leeftijdscategorie
19-25 jaar
26-64 jaar
> 65 jaar
Beschrijving

De Polikliniek Depressie behandelt volwassenen (vanaf 18 jaar) met een depressie bij wie de klachten langdurig bestaan en complex zijn, bijvoorbeeld doordat er ook andere psychische aandoeningen  of lichamelijke ziekten meespelen. Ook mensen bij wie eerdere behandeling binnen een specialistische ggz onvoldoende effect had kunnen bij de afdeling terecht.

Contra-indicaties

Als er naast de depressie sprake is van ernstige verslavingsproblematiek wordt het behandelaanbod afgestemd met een instelling voor verslavingsproblematiek om zo tot een gezamenlijk behandelbeleid te komen. Het kan ook voorkomen dat verwijzing naar een ander zorgprogramma (bijv. de TOPGGz-afdeling Angst of de Polikliniek Persoonlijkheidsstoornissen) geïndiceerd is, omdat angst of gedragsproblemen op de voorgrond staan.

Hoe wordt bepaald of een patiënt in aanmerking komt?

Patiënten met een verwijzing voor de specialistische ggz worden eerst gescreend door het voordeurteam. Als zij in aanmerking komen voor de depressie poli worden zij in een multidisicplinaire intake procedure gezien waarna een persoonlijk behandeladvies volgt. Dit proces wordt ondersteund door de Decision Tool depressie. Met deze systematische inventarisatie kunnen behandelaren een zorgvuldig advies geven en eventueel een hoogspecialistische behandeling voorstellen (voor een intensief poliklinisch behandelaanbod).

DSM V classificatie

De Polikliniek Depressie richt zich primair op volwassenen met een depressieve stoornis of een persisterende depressieve stoornis (chronische depressie). Vaak is er sprake van comorbiditeit. Het gaat dan vooral om angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen uit cluster C van de DSM5.  

Waar bestaat de diagnostiek uit?

Na aanmelding bij het voordeurteam volgt een screening met een digitale vragenlijst. Daarna wordt een intakegesprek op de polikliniek gepland.
De intake duurt in totaal ongeveer 2 uur en bestaat uit:

  • Invullen vragenlijsten over de klachten (15 minuten)
  • Gesprek met intaker (1 uur)
  • Adviesgesprek met intaker en regiebehandelaar (30 minuten)
Hoe onderscheidt dit zich van reguliere diagnostiek?

Tijdens de intakefase vindt onderzoek plaats volgens een vast intakeprotocol. De intaker overlegt aansluitend met een regiebehandelaar, veelal in een multidisciplinair team. Daarna worden de behandelmogelijkheden aan de patiënt voorgelegd en in gezamenlijk overleg wordt bepaald welke behandeling het best passend is.
De diagnostiek van hoogspecialistische ggz is intensiever. Niet alleen wordt ingegaan op het klachtenpatroon en het beloop van de klachten, maar ook wordt meer uitgebreid ingegaan op eerder ingestelde behandelingen en hun effectiviteit. Uitgaand van de multidisciplinaire richtlijn depressie wordt een behandelaanbod op maat gemaakt, waarbij de eigen doelen en die van de naasten worden betrokken.

Hoe intensief is deze voor de patient?

De diagnostiek van de hoogspecialistische ggz is veelal intensiever doordat er vaak aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Dit kan inhouden dat de intakeprocedure verlengd wordt door extra gesprekken en psychologisch- lichamelijk- of laboratorium onderzoek. Het kan ook extra tijd kosten informatie van eerdere behandelingen op te vragen. Het proces wordt versneld als de patiënt informatie over eerdere behandelingen meeneemt naar de intake, of als de verwijzer die vooraf meestuurt.  

Welke instrumenten worden er gebruikt bij diagnostiek?

De intakeprocedure bestaat uit:

  • ROM voormeting (zelfinvul vragenlijsten gericht op psychische klachten in brede zin en meer specifiek op depressie)
  • Intakegesprek door een psycholoog of een arts-assistent in samenspraak met een psychiater, een klinische psycholoog, psychotherapeut of een GZ-psycholoog).
  • Aansluitend aan intakegesprek adviesgesprek met intaker en regiebehandelaar.

Als specifieke diagnostiek geïndiceerd is wordt aanvullend onderzoek verricht door deskundigen op dit gebied binnen de polikliniek depressie of elders binnen GGZ inGeest:

  • Psychiatrisch onderzoek
  • Lichamelijk onderzoek
  • AD(H)D onderzoek
  • ASS onderzoek (autismeteam)
  • Persoonlijkheidsonderzoek
Behandeling
Ambulant
Deeltijdbehandeling
Beschrijving

De Polikliniek Depressie heeft een poliklinisch en daarnaast een intensief poliklinisch behandelaanbod.

Naam en beschrijving
Cognitive Behavioral Analysis System of Pyschotherapy (CBASP) individueel en in groepsbehandeling.
Doelgroep

Cognitive Behavioral Analysis System of Psychotherapy (CBASP) is speciaal ontwikkeld en onderzocht voor mensen met chronisch depressieve klachten. Patiënten met chronisch depressieve klachten hebben de ervaring dat zij machteloos staan tegenover de sombere stemming die steeds terug blijft komen. Zij hebben het gevoel dat hen keer op keer narigheid overkomt zonder dat ze hier zelf iets aan kunnen veranderen. In CBASP leert de patiënt meer zicht te krijgen op eigen emoties en gedrag en de invloed daarvan op anderen. Door situaties die de patiënt in het dagelijks leven meemaakt te analyseren wordt duidelijk waardoor de chronische klachten blijven bestaan. Er wordt geoefend met andere communicatie stijlen. De CBASP methode is gestructureerd en combineert verschillende behandeltechnieken waaronder technieken die ook worden toegepast bij ander psychotherapievormen zoals cognitieve gedragstherapie (CGT), Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT) en de psychodynamische psychotherapie. De meeste aandacht in de behandeling gaat naar de (vaak problematisch verlopende) interacties tussen de patiënt en diens omgeving.

Ongeveer 25 procent van de patiënten met een depressie in de basis en specialistische ggz heeft chronisch depressieve klachten. De ziektelast en het zorggebruik van deze patiënten zijn hoog. Patiënten met deze klachten proberen vaker een einde aan hun leven te maken dan mensen met eenmalige of lichte depressies. De klachten gaan ook vaker gepaard met andere psychiatrische klachten, zoals angst- en persoonlijkheidsstoornissen. Bijna driekwart heeft als kind een trauma opgelopen.

Methodiek

De meeste aandacht in de behandeling gaat naar de problematische interacties tussen de patiënt en diens omgeving. Therapeut en patiënt analyseren deze interacties en bespreken deze tijdens de behandelsessies. De patiënt wordt zich zo meer bewust van het verband tussen de eigen manier van reageren en het verloop van de interactie. Dit inzicht kan de patiënt gebruiken om nieuwe manieren van denken en gedrag (copingstrategieën) te onderzoeken. De therapeut gaat, anders dan bij CTG en IPT, soms ook expliciet in op de interacties met de patiënt in de spreekkamer. Hij kan een voorbeeldfunctie hebben door andere interactiestrategieën toe te passen dan die waarmee de patiënt vertrouwd is. De patiënt leert zo verschil te maken tussen de negatieve reacties vanuit zijn omgeving en de positieve, onverwachte, reacties van de therapeut en mogelijk anderen. In de therapie is ook aandacht voor (de noodzaak van) verbetering van sociale vaardigheden.
 

Beoogde effecten

Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat voor chronische depressie CBASP op de lange termijn effectiever is dan de gebruikelijke zorg voor chronische depressie.

Patiënten zijn over het algemeen zeer tevreden over deze vorm van therapie, ze herkennen hun eigen gedragspatronen beter en weten welke situaties de depressieve klachten doen toenemen. Patiënten zijn beter in staat regie over de depressieve klachten te nemen.  

Hoe intensief is deze voor de patiënt?

De behandeling is opgebouwd uit een acute, een continuerings- en een onderhoudsfase en duurt gemiddeld 20-25 sessies. Tevens wordt er in deze behandeling gewerkt met huiswerkopdrachten. De eerste bijeenkomsten worden besteed aan het opbouwen van een goede relatie tussen therapeut en patiënt. Dan brengt de therapeut met de patiënt ook de belangrijkste relaties in diens leven in kaart, en vooral de - veelal negatieve en afwijzende - wijze waarop deze personen op de patiënt reageerden.
Sinds 2016 bieden wij een intensieve groeps CBASP behandeling, die bestaat uit 2 dagdelen per week, aangevuld met vaktherapieën. De individuele CBASP start ook met 2 sessies per week, de eerste 4 weken, daarna wordt de frequentie verlaagd naar wekelijkse sessies.

Effectiviteitsonderzoek

De Polikliniek Depressie heeft individuele CBASP al eerder onderzocht; deze vorm van therapie bleek op de lange termijn effectiever te zijn dan de gebruikelijke zorg. Verder is de afdeling begonnen met een langerdurende follow up studie van de patiënten die aan de eerdere studie deelnamen. Daarnaast biedt de afdeling sinds eind 2016 CBASP in groepsverband aan. Deze wordt in 2018 op effectiviteit onderzocht.
Het aanbod bestaat uit groepsbijeenkomsten van 2x per week 90 minuten. Een groepsgesprek sessie wordt aangevuld met psychomotore en dramatherapie. Het is een behandelcyclus van 12 weken. Patiënten kunnen maximaal 24 weken deelnemen.

Naam en beschrijving
Blended Cognitieve Therapie Vergelijking van CGT en IPT van 1 keer per week versus 2 keer per week.
Doelgroep

Patiënten met een depressie die zich aanmelden voor de specialistische ggz en die gemotiveerd zijn een deel van de behandeling online te doorlopen. Voordeel kan zijn dat patiënten minder vaak naar de polikliniek hoeven komen en ook buiten de sessies aan hun behandeling kunnen werken op een tijd die hen uitkomt.

Methodiek

De methodiek van 'blended" behandelen bestaat er uit dat de CGT behandeling ondersteund wordt met digitale technologie d.w.z. naast reguliere gesprekscontacten op de polikliniek wordt het behandelprotocol op een beveiligde website doorlopen, huiswerkoefeningen worden online ingevuld en online bekeken door de therapeut. De klachten kunnen via een mobiele applicatie op de smartphone worden bijgehouden. In de gesprekscontacten kan met de therapeut nader worden in gegaan op onderdelen van de behandeling en kan verdieping plaatsvinden. Er bestaat ook een mogelijkheid beveiligd mail- of videocontact te hebben met de behandelaar. De verhouding van het aantal reguliere gesprekscontacten en online behandelsessies wordt zo veel mogelijk afgestemd op de persoonlijke behoefte van de patiënt.
De blended behandeling is vooralsnog alleen uitgewerkt voor cognitieve gedragstherapie (CGT).

Beoogde effecten

Het beoogde effect van blended behandelvormen is dat patiënten ook buiten de therapiesessies actief met hun behandeling kunnen bezig zijn. Ze kunnen tijd aan de therapie besteden op momenten die goed uitkomen en hoeven minder vaak naar de polikliniek te komen. De contacten met de therapeut zijn motiverend en verdiepend. Mogelijk worden met deze behandelvorm patiënten bereikt die door allerlei omstandigheden minder makkelijk naar de polikliniek kunnen of willen komen.

Hoe intensief is deze voor de patiënt?

Naast de therapiesessies bij de therapeut kan de patiënt zelf actief leren en oefenen via de online modules, waarin behandelprincipes goed worden uitgelegd en waar opdrachten staan. Ook zijn er voorbeeldpatiënten die hun verhaal en ervaringen in de behandeling vertellen. Voor degenen die dit aanspreekt biedt blended behandeling een overzichtelijk aanknopingspunt om de depressieve  klachten de baas te worden.

Effectiviteitsonderzoek

Op de Polikliniek Depressie zijn diverse onderzoeken uitgevoerd  om te onderbouwen in hoeverre blended behandelen haalbaar en (kosten) effectief is. De resultaten van deze onderzoeken zullen in 2017/2018 afgerond worden. In ieder geval is blended behandelen voor veel mensen haalbaar gebleken en hebben de therapeuten inmiddels veel expertise in deze behandelvorm. Qua effectiviteit lijkt er weinig verschil met een reguliere behandeling.
Uit een recente meta-analyse is gebleken dat bij face-to-face behandelingen het verhogen van de intensiteit van één naar twee behandelcontacten per week kan leiden tot grotere effecten. Dit is goed mogelijk in de blended behandeling, omdat face-to-face contacten relatief eenvoudig kunnen worden uitgebreid met extra online modules.  

In de studies was het aanbod ruim opgezet: 18-20 sessies, waarvan de helft face to face en de helft online. Nu de onderzoeken zijn afgesloten probeert de afdeling in afstemming met de wensen van de patiënt het aantal online sessies en face to face sessies op maat aan te bieden.

Uitstroomcriteria
  • Geen klachten meer
  • Substantiële klachtenafname, resterende klachten zijn acceptabel voor patiënt
  • Onvoldoende motivatie, blijkend uit niet komen of geen huiswerk maken
  • Klinische opname nodig
  • Behandeldoel is bestendigen huidige resultaat, voorkomen van terugval, of begeleiding bij chronische klachten
Waar worden patiënten naar door- of terugverwezen?

Er zijn diverse uitstroommogelijkheden:

  • Huisarts eventueel met POH-GGZ als aanspreekpunt
  • Chronische basis GGZ
  • Andere zorglijn binnen GGZ inGeest
  • FACT zorg voor begeleiding bij langdurige ernstige klachten
  • Andere instelling, bijvoorbeeld als de patiënt in een andere regio woont of specifieke hulp elders geïndiceerd is.
Is er een terugval aanbod?

Bij het afsluiten van iedere behandeling wordt aan terugvalpreventie aandacht geschonken, soms ondersteund met een online terugvalpreventieplan of online mindfulness based cognitive therapy.  Er kan ook verwezen worden naar de basis ggz van GGZ inGeest waar er een groepsaanbod is voor meer uitgebreide terugvalpreventie.

Met welk instrument wordt de uitstroom getoetst/vastgesteld?

Tijdens de behandeling wordt regelmatig geëvalueerd. Als een behandelmodule is doorlopen wordt in een gesprek met de patiënt en behandelaar besproken in hoeverre de patiënt voldoet aan de uitstroomcriteria. Dit wordt mede ondersteund met vragenlijsten die in het kader van de Routine Outcome Measurement worden afgenomen. Het gaat hierbij om meer algemene lijsten, de SQ-48, specifieke lijsten gericht op depressieve klachten (PHQ9)  en een lijst die de tevredenheid over de behandeling meet.

Hoe wordt een second opinion aangevraagd?
  • Een second opinion wordt aangevraagd door de huisarts, behandelend psychiater of psycholoog, eventueel na vooroverleg per telefoon of e-mail via het voordeurteam. Dus ook al komt het initiatief van de patiënt, alleen de behandelaar of huisarts kan de daadwerkelijke verwijzing in gang zetten. De huisarts kan zo nodig afstemmen met de behandelend psychiater of psycholoog.
  • Het is belangrijk dat in de verwijsbrief een duidelijke vraagstelling staat (van de behandelaar of van de patiënt, of van beiden). Daarbij is het van belang dat de huidige situatie of de impasse in de behandeling wordt beschreven. Het is de bedoeling dat relevante correspondentie over eerdere behandelingen wordt meegestuurd.
  • Zodra alle schriftelijke informatie binnen is wordt de patiënt uitgenodigd.
  • Ons advies is dat partner, een familielid of vriend(in) meekomt, zodat er ook vragen aan hem/haar gesteld kunnen worden en achteraf een en ander kan worden nabesproken.

Contactpersoon Polikliniek Depressie: Dr. D.J.F. van Schaik, psychiater
T (020) 7885555

Voor een second opinion wordt 2 à 3 uur uitgetrokken zodat er uitgebreid tijd is om de klachten te bespreken en na te gaan welke samenhangende factoren er zijn. Daarvoor is het nodig dat ook wordt ingegaan op de levensgeschiedenis, lichamelijke aandoeningen, ervaringen in eerdere behandelingen en op eventueel andere problemen zoals angstklachten, andere psychische klachten of gedragsproblemen. De second opinions worden veelal uitgevoerd door een psychiater of klinisch psycholoog met daarnaast een psychiater in opleiding of psycholoog. Na de onderzoeksfase volgt meestal aansluitend een adviesgesprek met de patiënt en diens naaste. Soms wordt nog een vervolgafspraak gemaakt. Het uiteindelijke advies wordt teruggekoppeld naar de verwijzer met een samenvattende brief, waarvan de patiënt desgewenst een kopie ontvangt.

Bijzonderheden

Aanmelding voor een second opinion verloopt via de centrale voordeur (020-7885555). De verwijzer kan hiermee contact opnemen, waarna de verwijsprocedure wordt toegelicht en in gang gezet.

Naam
prof. dr.
P.
(Patricia)
van Oppen
Specialisatie

GZ-psycholoog/gedragstherapie

Contactgegevens

(020) 788 46 64 - p.vanoppen@ggzingeest.nl

Bijzonderheden

Patricia van Oppen is in 1994 gepromoveerd en als hoogleraar Psychotherapie in de psychiatrie verbonden aan de Academische Afdeling Psychiatrie VUmc/GGZ inGeest. Zij is als onderzoeker, als Psychologen-opleider en als GZ-psycholoog/gedragstherapeut fulltime werkzaam binnen de Academische Afdeling Psychiatrie en in het bijzonder binnen de Polikliniek Depressie. Haar expertise ligt met name op het gebied van de psychotherapie op het gebied van depressieve en angststoornissen. Zij is sinds 1999 supervisor van de VGCT, heeft tientallen CGT therapeuten gesuperviseerd en zit in de redactie van het Nederlandse handboek Cognitieve therapie: Theorie en praktijk, waarvan in 2011 de tweede, geheel herziene druk van verschenen is. En in het kader hiervan betrokken (geweest) bij een aantal klinische promotie trajecten die op de afdeling stemming van onze instelling plaatsvinden.

Naam
dr.
D.J.F.
(Anneke)
van Schaik
Specialisatie

psychiater

Contactgegevens

(020) 788 45 34 - a.vanschaik@ggzingeest.nl

Bijzonderheden

Anneke van Schaik is Universitair Hoofddocent en is sinds 1994 als psychiater werkzaam binnen de polikliniek van de Academische Afdeling Psychiatrie GGZ inGeest/VUmc. Zij is de contactpersoon voor de second opinions. Zij heeft vanaf die tijd voornamelijk patiënten met stemmingsstoornissen behandeld. Zij is in 2006 gepromoveerd op een project waarin Interpersoonlijke Psychotherapie voor depressie werd onderzocht bij ouderen in de huisartsenpraktijk. Haar onderzoek heeft zich daarna steeds gericht op behandelstudies met betrekking tot depressie, met de laatste jaren daarbinnen als specifiek aandachtsgebied eHealth bij depressie. Overigens is zij psychotherapeut en trainer en supervisor in Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT) en CBASP.    

Naam
prof. dr.
A.T.F.
(Aartjan)
Beekman
Specialisatie

psychiater

Contactgegevens

(020) 788 50 00 - a.beekman@ggzingeest.nl

Bijzonderheden

Aartjan Beekman is Hoogleraar en hoofd van de afdeling Psychiatrie van GGZ inGeest. Hij is als psychiater betrokken bij de Polikliniek Depressie.

Consultatie en adviesmogelijkheden voor verwijzers

Consultatie- en adviesmogelijkheden verlopen bij GGZ inGeest via een centrale voordeur. Aldaar  geeft men informatie en advies aan verwijzers. Als er specifieke inhoudelijke vragen m.b.t. het hoogspecialistische aanbod voor depressieve stoornissen worden gesteld, verbinden zij de verwijzer door met de boegbeelden van de TOPGGz afdeling (van Oppen/van Schaik).

Regelmatig worden de boegbeelden ook rechtstreeks benaderd via e-mail of telefoon.

Beschrijving doelstelling zorgaanbod

De Polikliniek Depressie heeft tot doel de lange termijn prognose van patiënten met depressies te verbeteren door kwalitatief hoogstaande behandeling te bieden waarin de nieuwste inzichten geïntegreerd zijn, en die zijn afgestemd op de individuele behoeften van de patiënt en diens naasten. Behandeling kan daar waar mogelijk laag intensief en indien gewenst meer intensief worden aangeboden. De afdeling is in onderzoeksprojecten steeds op zoek naar innovaties die de behandeling voor depressieve patiënten kunnen verbeteren.  

 

Bij welk % van de patiënten is dit doel bereikt?

In effectstudies van depressiebehandelingen worden meestal percentages gevonden van rond de 50-70 % respons. De Polikliniek Depressie streeft ernaar dit minimaal te halen.
Het percentage patiënten dat na de behandeling is hersteld of een verbetering heeft doorgemaakt is bij de polikliniek 58%. Dat beschouwd de afdeling, gezien de complexiteit van de patiënten een positief resultaat, maar neemt niet weg dat het de ambitie is om deze effecten te verbeteren.

Hoe wordt dit gemeten?

Het doel van het zorgaanbod is klinisch significante verbetering van de depressieve klachten dan wel herstel. Dit is gemeten door de percentages herstel en verbetering te berekenen op basis van de BSI/ de SQ-48 en deze percentages bij elkaar op te tellen.

BSI:

  • de totaalscore is het gemiddelde van alle 53 itemscores (0-4).
  • afkappunt BSI totaalscore is: t/m 0.68 is gezond, >0.68 is ongezond.
  • betrouwbare verandering is 0.35  (dus een afname tussen begin- en eindmeting van minimaal 0.35).

SQ-48:

  • de totaalscore over 37 items is max 148.
  • afkappunt SQ-48 totaalscore is: t/m 42 is gezond, >42 is ongezond
  • betrouwbare verandering is 14.4  (dus een afname tussen begin-en eindmeting van minimaal 14).

Het effect van de behandelingen meet de afdeling met Routine Outcome Measurement. Op basis daarvan kunnen de behandeleffecten berekend en vergelijken worden met die van andere instellingen. Daarnaast  worden op de afdeling diverse onderzoeksprojecten uitgevoerd waarin de behandeleffecten meer uitgebreid gemeten worden. Zo zijn er bij de innovatieve behandelingen genoemde onderzoeken die reguliere behandeling vergelijken met blended behandelen (Nederlandse Blended studie depressie,  Looistra e.a.; eCompared studie, Kemmeren e.a.; Mastermind studie, Mol e.a.); de FreqMech studie naar het mechanisme en effect van intensivering van CGT en IPT (de Bruijn e.a.); de MOod Treatment with Antidepressants or Running studie (MOTAR) naar het effect van antidepressiva of runningtherapie op diverse biologische processen in het lichaam, zoals het stress-systeem en de veroudering van lichaamscellen (B. Penninx e.a.); de ALERT studie naar het effect van een online  Emotie Regulatie Training toegevoegd aan cognitieve gedragstherapie voor mensen die slachtoffer zijn geweest van geweldservaringen (Christ e.a.); de iSleep studie naar het effect van een online module gericht op slaapproblemen bij depressie (Dozeman e.a.). Al deze studies resulteren in meer kennis over het effect van de behandelingen.

Beschrijving klinische effecten van het zorgaanbod

Op basis van de ROM data geeft de Polikliniek Depressie de resultaten aan in 4 categorieën: Het percentage cliënten dat klinisch significant herstelde, significant verbeterde, ongeveer gelijk bleef of significant verslechterde. In de beschreven periode herstelde 39%, verbeterde 19%, bleef 30% ongeveer gelijk  en  verslechterde 12%.
Daarnaast geeft de afdeling ook de Delta T (en het 95% betrouwbaarheidsinterval) over dezelfde cliëntengroep met een afgesloten zorgtrajecten in de periode januari 2015 t/m december 2016, op basis van 80 cliënten die in de BRaM zijn opgenomen en vergelijken deze met het landelijke gemiddelde.
De delta T was 8.68  (95% BI 5.96 - 11.40), dat niet significant verschilt van het landelijk gemiddelde (10.92 , 95% BI 10.77 - 11.06).

Met welk instrument worden de effecten gemeten

Met diverse meetinstrumenten worden de effecten gemeten. De SQ-48, wordt aan alle patiënten bij de Polikliniek Depressie voorgelegd.

Met welke frequentie

In ieder geval jaarlijks, maar vaak ook bij evaluatiemomenten, om te bezien of de beoogde behandeldoelen gehaald zijn en of het beleid moet worden aangepast.

Beschrijving overige resultaten

Suïcidaliteit:
Het percentage patiënten dat tamelijk tot heel veel gedachten aan zelfmoord heeft neemt met 56% af tijdens de behandeling (van 12,7% bij de start tot 5,6% aan het einde van de behandeling).

Hoe is dit gemeten/vastgesteld

Item 9 van de BSI betreft de mate waarin een patiënt gedachten aan zelfmoord heeft. De score hierop loopt van 0 t/m 4. Gekeken is naar het percentage patiënten dat hoog scoort. Dat wil zeggen, patiënten die aangeven tamelijk veel gedachten of heel veel gedachten aan zelfmoord te hebben (score 3 of 4).

Hoe wordt de zorg door de patiënt en/of naaste ervaren?

De CQi geeft een rapportcijfer (1-10) en is gebaseerd op 93 cliënten: zowel de behandeling als de afdeling worden beoordeeld met een 7,2 gemiddeld.

Rapportcijfer conform CQ index

Er is door 93 patiënten van de Polikliniek Depressie feedback gegeven t.a.v  de tevredenheid van de behandeling aan de hand van de CQI (55 items, ieder met een schaal van 1-7). Het meest tevreden waren de patiënten over de bejegening van de behandelaar (5,3). Het minst goed scoorden de onderwerpen m.b.t. informatie over cliëntenrechten (3,7)  en keuzemogelijkheden (4,9).
Scores op alle 9 thema's:

  • Bejegening: 5,3
  • Verandering klachten:4,9
  • Bereikbaarheid: 4,9
  • Vervulling hulpwensen: 4,8
  • Informatie over de behandeling: 4,7
  • Afronding behandeling: 4,6
  • Informatie over medicatie: 4,5
  • Keuzemogelijkheden: 4,2
  • Informatie over cliëntenrechten: 4,0

De score op de thema's loopt van 1-7  en is gebaseerd op het oordeel van eveneens 55 cliënten. Hoe hoger de score, hoe meer tevreden cliënten zijn.
Deze patiënten feedback is afkomstig van alle patiënten van de Polikliniek Depressie, ook patiënten met geen of een andere hoofddiagnose (72% van alle patiënten met een afgesloten zorgtraject had een hoofddiagnose depressie).

Naam
prof. dr.
P.
(Patricia)
van Oppen
Specialisatie

GZ-psycholoog/supervisor

Contactgegevens
Naam
prof. dr.
A.T.F.
(Aartjan)
Beekman
Specialisatie

psychiater

Contactgegevens
Naam
dr.
D.J.F.
(Anneke)
van Schaik
Specialisatie

psychiater

Contactgegevens
Naam
dr.
J.
(Jenneke)
Wiersma
Specialisatie

GZ psycholoog/CBASP supervisor

Contactgegevens
Beschrijving onderzoek

Lisa Kooistra: Cost-effectiveness of blended care treatment of depression.

Verwachte einddatum
01-09-2018
Naam hoofdonderzoeker
Patricia van Oppen
Beschrijving onderzoek

Promovenda Mayke Mol:  Implementation of e-mental health in the treatment of depression. Deze Europese  studie (Mastermind)heeft tot doel meer zicht te krijgen op factoren die de implementatie van eHealth voor depressie bevorderen of belemmeren.

Verwachte einddatum
01-01-2019
Naam hoofdonderzoeker
Anneke van Schaik
Auteur(s)
Wiersma, Van Schaik, Hoogendoorn, Dekker, Van, Schoevers, Blom, Maas, Smit, McCullough, Beekman, Van Oppen
Tijdschrift
Psychother Psychosom.
Datum
2014;83(5):263-9.
Auteur(s)
Huijbers, Spinhoven, Spijker, Ruhé, van Schaik, van Oppen, Nolen, Ormel, Kuyken, van der Wilt, Blom, Schene, Donders, Speckens.
Tijdschrift
Br J Psychiatry.
Datum
2016 Apr; 208(4):366-73.
Auteur(s)
Kemmeren, van Schaik, Riper, Kleiboer, Bosmans, Smit.
Tijdschrift
BMC Psychiatry
Datum
2016 Apr 16:113
Beschrijving

Verspreiding van kennis en implementatie van CBASP.  

Diverse landelijjke workshops georganiseerd. Tevens Nederlands handboek: Cognitive Behavioral Analysis System of Psychotherapy (CBASP) voor de behandeling van chronische depressie. Jenneke Wiersma, Anneke van Schaik, Patricia van Oppen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2015. Bij dit boek hoort tevens een werkboek voor de patiënt: Neem de regie over je depressie.

Wetenschappelijke presentaties/lezingen:

  • What can therapist learn from sports? Patricia van Oppen. EABCT/Key lectrue. Stockholm/august 2016 .
  • Childhood trauma, parenting style and treatment outcome in persistent depression. Jenneke Wiersma. CBASP international meeting. Munchen/juni 2017.
  • eHealth voor Depressie. Anneke van Schaik. Stemmingsstoornissen congres Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. 1 nov 2016/Utrecht.
EmailTwitterLinkedIn

Ervaring van patiënten/naasten

Een vrouw van 56 jaar werd doorverwezen via een collega van een andere specialistische ggz instelling. Zij was chronisch depressief en had al veel behandeling gehad zonder resultaat. Haar sociale leven was volledig ingestort, zij was gedemotiveerd en lag veel op bed. Na de uitvoerige intake voelde zij zich gehoord in haar problematiek. De Polikliniek Depressie stelde een CBASP behandeling voor, aanvankelijk met 2x per week een zitting. Ook lukte het haar te motiveren een volgende stap in het antidepressiva protocol te zetten. Na enkele maanden ging het duidelijk beter. Ze werd weer actiever, was meer in staat om haar sociale contacten uit te breiden. Hierin was ze ook mede succesvol omdat ze haar eigen gevoelens kenbaar kon maken aan haar partner en anderen.

De resultaten van de CBASP behandeling werden ook duidelijk zichtbaar op haar depressie symptomen; van een ernstig depressief beeld naar een milde tot lichte depressie.

Back to top